Hoofdstuk 10.
Geestelijke En Menschelijke 
Naturen Afzonderlijk  
En Verschillend

TINatures3.jpg (6673 bytes)

Algemeen misverstand.
Aardsche of menschelijke, en hemelsche of geestelijke naturen.
Aardsche heerlijkheid en Hemelsche heerlijkheid.
Bijbelgetuigenis aangaande geestelijke wezens.
Sterfelijkheid en onsterfelijkheid.
Kunnen sterfelijke wezens eeuwig leven hebben?
Rechtvaardigheid in het schenken van gunsten. 
Een vermeend beginsel onderzocht.
Verscheidenheid in volmaaktheid.
Gods souvereine rechten.
Gods beschikking voor den mensch, een bevredigend deel.
De uitverkiezing van het Lichaam van Christus.
Hoe de verandering van natuur bewerkt wordt.

 

Church1C.jpg (6458 bytes)     Vele den zien dat Gods plan voor het menschdom in het algemeen, een terugkeer tot den vroegeren toestand de menschelijke volmaaktheid in Eden verlorenbeoogt, en dat de Gemeente, als uitzondering in dit algemeene plan, een verandering van natuur zal ondergaan, van de menschelijke in de geestelijke, hebben gewoonlijk gemeend, dat niemand die de geestelijke natuur niet had verkregen, gered kon worden. 

    De Schriften echter, waar zij beloften van leven en zegen en teruggave aan al de geslachten der aarde verzekeren, bieden en belooven de verandering tot geestelijke natuur alleen aan de Gemeente, die in de Evangelische eeuw wordt uitverkoren; en niet een enkele tekst kan [201] men vinden waarin die hoop ook voor anderen wordt gegeven.

Family8.jpg (66939 bytes)      lndien de menigten der menschen gered zijn van al de vernederingen, de zwakheid, de smart, ellende en dood, die het gevolg zijn der zonde, en hersteld worden tot den toestand van menschelijke volmaaktheid, die vóór den val genoten werd, dan zijn zij ook werkelijk geheel en volkomen gered van den val, gelijk zij, die met de bijzondere "hooge roeping" van de Evangelische eeuw, "deel gekregen hebben aan de geestelijke natuur."
What is
a perfect man?

Jesus40Teaching.jpg (5587 bytes)

     Het niet recht begrijpen waar een volmaakt mensch uit bestaat, het verkeerd verstaan van de uitdrukkingen sterfelijk en onsterfelijk, en verkeerde denkbeelden over rechtvaardigheid, hebben allen tot deze dwaling meegewerkt, en vele Schriftwoorden onduidelijk gemaakt, die anders gemakkelijk begrepen hadden kunnen worden.

    Men denkt gewoonlijk, hoewel geen enkele tekst uit de Schriften het staaft, dat er nooit een volmaakt mensch op de aarde geleefd heeft; dat alles wat men van den mensch op aarde ziet, slechts de gedeeltelijk ontwikkelde mensch is, en dat om volmaakt te zijn, men geestelijk moet wezen. Deze beschouwing maakt van de Schriften een verwarring, in plaats van die harmonie en die schoonheid te ontwikkelen, die het gevolg zijn van het "recht onderscheiden van het woord der waarheid.'

There were only two perfect men – Adam and Jesus.
Scales3.jpg (14707 bytes)
    De Schriften leeren dat er twee, maar ook slechts twee volmaakte menschen geweest zijnAdam en Jezus. Adam was in het beeld Gods geschapen: dat is, met het zelfde geestelijk vermogen des verstands, der herinnering, des oordeels, en des wils, en met de geestelijke hoedanigheden van gerechtigheid, goedertierenheid, liefde, enz. 

    "Uit de aarde, aardsch," was hij een aardsch beeld van een geestelijk wezen, hoedanigheden van de zelfde soort bezittende, doch zeer verschillend in rang, orde en doel.  Zoo zeer is [202] de mensch een beeld van God, dat God zelfs tot den gevallen mensch kan zeggen: "komt dan, en laat ons samen rechten."     

Adam was made ruler over
all earthly things...

GiraffF.jpg (4175 bytes)

...a little lower
than the angels.

     Gelijk Jehovah heerscht over alle dingen, zoo werd de mensch heerscher over alle aardsche dingen gemaakt"Naar ons beeld, dat hij heerschappij hebbe over de visschen der zee, en over het gevogelte des hemels, enz. (Gen. I: 26.) 

    Mozes zegt ons (Gen. I:31), dat God den mensch zag, dien Hij gemaakt had niet enkel begonnen, maar voltooid en God zag dat Zijne schepselen “zeer goed,” dat is, volmaakt waren; want in Gods oog kan in Zijne verstandelijke schepselen, niets dan het volmaakte zeer goed zijn.     

De volmaaktheid van den mensch, zooals hij geschapen werd, wordt uitgesproken in Ps. VIII: 5-8: 

"Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond. Gij doet hem heerschen over de werken uwer handen; Gij hebt alles onder zijne voeten gezet: schapen en ossen, allen die; ook mede de dieren des velds, het gevogelte des hemels, en de visschen der zee."

"All flesh is not the same; but there is one kind of flesh  of men, another flesh of beasts, another of fishes, and another of birds."
I Corinthians 15:39

Sheep2F.jpg (2924 bytes)

Bird4ParrotsF.jpg (2602 bytes)

Family1F.jpg (2160 bytes)

LionF.jpg (2749 bytes)

Fish1F.jpg (3039 bytes)

Family2F.jpg (2541 bytes)

     Door sommigen, die den Bijbel aan de evolutie-leer willen aanpassen, is aangegevyen geworden, dat de uitdrukking "een weinig" in Hebr. II: 7 verstaan kon worden als beteekenende een weinig tijds lager, en niet een graad lager dan de engelen. 

    Daar is echter geen grond of reden voor zulk een uitlegging. Dit is een aanhaling uit Ps. VIII: 5, en wanneer men de Hebreeuwsche met de Grieksche tekst vergelijkt, kan men aan de beteekenis niet twijfelen.

 

 

 

 

 

 

Man.jpg (4290 bytes)

     In dezen Psalm bedoelt David den mensch in zijnen oorspronkelijken staat, en wijst profetisch aan, dat God Zijn oorspronkelijk plan om den mensch in Zijn eigen beeld, en koning der aarde te hebben, niet opgegeven heeft, en dat Hij hem gedenken zal, verlossen en weder herstellen zal. 

     De [203] Apostel (Hebr. II: 7) vestigt de aandacht op het zelfde feit dat Gods oorspronkelijk plan niet opgegeven werd; dat Hij den mensch, oorspronkelijk groot en volmaakt, de koning der aarde, zal gedenken, hem bezoeken en weder herstellen. Dan voegt hij er bij:

 "Wij zien deze beloofde herstelling nog niet, maar wel zien wij den eersten stap, dien God neemt tot zijne volbrenging. Wij zien Jezus, gekroond met deze eer en heerlijkheid van volmaakte menschheid, opdat Hij, als een geschikt rantsoen of plaatsvervanger door Gods genade den dood voor alle menschen smaken zoude, en aldus den weg bereiden voor de herstelling van den mensch in alles wat hij verloren had. Rotherham, een der meest nauwgezette vertalers, geeft deze tekst aldus weer:

Wat is de mensch dat gij hem gedenkt
Of des menschen zoon, dat Gij hem bezoekt?
Gij maakt hem minder een weinig dan boodschappers:
Met eer en heerlijkheid kroont gij hem
En hebt hem gezet over de werken uwer handen.

"A little lower" does not mean
a little less perfect.
     Ook moet het niet afgeleid worden, dat een weinig minder in rang, een weinig minder volmaakt beteekent. Een schepsel kan volmaakt zijn, en toch op een lagere trap van bestaan zijn, dan anderen; bijvoorbeeld, een volmaakt paard zal toch lager staan dan een volmaakt mensch, enz. Er zijn verscheidene naturen, bezield en onbezield. Om dit te verduidelijken, geven wij het volgende:

 

Graden van 
hemelsche 
of geestelijke 
wezens.

Graden van 
aardsche of 
dierlijke 
wezens.

Graden 
in het 
Plantenrijk.

Graden 
in het
Delfstoffenrijk.

SpiritF.jpg (1550 bytes)


Goddelijke.
-------
-------
Engelachtige.

Bird3GeeseF.jpg (2699 bytes)


Menschelijke
Dierlijke
Vogelen
Visschen

Tree1F.jpg (3217 bytes)


Boomen
Heesters
Grassen
Mosses  

EmeraldF.jpg (2559 bytes)


Goud
Zilver
Koper
Ijzer

 

Perfecting a nature does not
change a nature.

There is
a variety
in perfection.

Flower11A.jpg (6170 bytes)

     Elk dezer delfstoffen kan zuiver zijn, doch het goud heeft den hoogsten rang. Hoewel elk dezer plantenorden tot volmaaktheid gebracht kan worden, toch verschillen zij in natuur en rang. Zoo ook met de dieren: indien elke soort tot volmaaktheid gebracht werd, toch zoude er eene verscheidenheid zijn; want eene natuur volmaken, verandert haar daarom niet.*

* Men kan het woord, "natuur" ook in den aangepasten zin gebruiken, en bijv. spreken van een wilde natuur, of van eene zachte natuur der dieren. Maar dan beteekent het slechts de aanleg van het besproken dier vergeleken bij anderen, en slaat het niet, nauwkeurig gezegd, op natuur.

There are
distinct differences of each nature.

The highest grade
of mineral
is a little lower than the lowest grade of vegetable, because
in vegetable
there is life.

    Ook de graden van geestelijk bestaan, hoewel volmaakt staan in verband tot elkander, als hooger en lager in natuur of soort. De goddelijke natuur is de hoogste en de voornaamste van alle geestelijke naturen. 

    Christus was bij Zijne opstanding "zoo veel treffelijker" gemaakt dan volmaakte engelen, even als de goddelijke natuur boven die der engelen staat. Hebr. I: 3-5. 

    Let nauwkeurig op, dat hoewel de klassen die wij hierboven opnoemden, duidelijk en onderscheiden zijn, er toch een vergelijking tusschen hen gemaakt kan worden, als: De hoogste graad der delfstoffen is minder, of een weinig lager dan de laagste graad van het plantenrijk, omdat er in plantengroei leven is.

     Zoo is de hoogste graad van het plantenrijk een weinig lager dan de laagste graad van het dierlijk leven, omdat dierlijk leven, zelfs in zijn laagste vormen genoeg verstand heeft om zich van bestaan bewust te zijn. Evenzoo de mensch, hoewel de hoogste der dierlijke of aardsche wezens, is "een weinig minder dan de engelen," omdat de engelen geestelijke of hemelsche wzens zijn

There is
a great contrast between sinful
and restored mankind.

 

 

Kingdom2.jpg (3913 bytes)

     Er is een wonderbare tegenstelling tusschen den mensch zooals wij hem nu zien, en den volmaakten [205] mensch, dien God in Zijn beeld maakte. De zonde heeft langzamerhand zijne trekken zoowel als zijn karakter veranderd.

     Honderden geslachten, door onkunde losbandigheid, en algemeene verdorvenheid hebben de menschheid zoo dof gemaakt en bedorven, dat in de groote meerderheid van het geslacht de gelijkenis Gods bijna uitgewischt is. De zedelijke en geestelijke hoedanigheden zijn ondergehouden; en het dierlijke instinct onbehoorlijk ontwikkeld, wordt niet langer door het hoogere in evenwicht gehouden.

     De mensch heeft zijn lichamelijke kracht in die mate verloren, dat met al de hulp der medische wetenschap, de gemiddelde duur van zijn leven nu ongeveer dertig jaren is, terwijl onder den zelfden straf hij eerst negen honderd en dertig jaren doorleefde. 

    Maar hoewel zoo bezoedeld en bedorven door de zonde, en door de straf, de dood, die in hem werkt, zal de mensch teruggebracht worden tot zijn oorspronkelijke volmaaktheid van geest en lichaam, en tot eer, heerlijkheid, en heerschappij, gedurende, en door de Duizendjarige regeering van Christus. De dingen die door en in Christus hersteld zullen worden, zijn die dingen welke door de overtreding van Adam verloren werden. (Rom. V: 18, 19.) 

    De mensch verloor geen hemelsch, maar een aarsch paradijs. Met de doodstraf verloor hij geen geestelijk, maar een menschelijk bestaan; en alles wat verloren werd, heeft de Verlosser weer terug gekocht; hij die ver­klaarde, dat hij gekomen was om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.(Luk. XIX: 10.)

Perfect man
is not
a spiritual being.
     Behalve het bovenstaande hebben wij ook nog het bewijs, dat de volmaakte mensch geen geestelijk wezen is. Wij lezen, dat onze Heer, eer Hij de heerlijkheid verliet, om mensch te worden, "in de gelijkenis Gods" was, een geestelijke gedaante, een geestelijk wezen; maar aangezien Hij, om een rantsoen voor de menschheid te worden, mensch [206] moest zijn, van de zelfde natuur als de zondaar, wiens plaatsvervanger Hij in den dood moest worden, was het noodzakelijk dat Zijne natuur eene verandering onderging. 

    En Paulus zegt ons, dat Hij niet de natuur der engelen aannam, één trap lager dan de zijne, maar dat Hij twee trappen afdaalde, en de natuur der menschen aannam. Hij werd mensch; Hij is "vleesch geworden." Hebr. II: 16; Phil. II: 7, 8; Joh. I: 14.

Jesus13A.jpg (4363 bytes)      Merk op, dat dit ons leert, dat der engelen natuur niet de eenige rang van geestelijke wezens is, maar een lagere natuur dan die van onzen Heer, eer Hij mensch werd; ook was Hij toen niet zoo hoog als Hij nu is, want "God heeft Hem uitermate verhoogd," om Zijne "gehoorzaamheid tot den dood, ja den dood des kruises," waardoor Hij toonde gewillig te zijn het rantsoen op zich te nemen. (Phil. II: 8, 9.) 

    Nu behoort Hij dan ook tot den hoogsten rang der geestelijke wezens, deelgenoot geworden zijnde van de goddelijke (Jehovah's) natuur.

    Maar niet alleen bewijst ons dit, dat de goddelijke natuur, die der engelen en der menschen verschillend en afgescheiden van elkander zijn, maar het bewijst ook dat de volmaakte mensch geen engel worden zal, evenmin als het bewijst dat de volmaakte engelennatuur ooit goddelijk en gelijk aan Jehovah worden zal; want Jezus nam niet der engelen natuur aan, maar eene andere natuur–de natuur des menschen; niet de onvolmaakte menschelijke natuur, als wij die nu bezitten, maar de volmaakte menschelijke natuur. Hij werd een mensch, niet een verdorven, en bijna gestorven mensch, zooals de menschen nu zijn, maar een mensch in de volle kracht der volmaaktheid.

Jesus, being
a perfect man,
could keep
a perfect law.

Scales2B.jpg (16161 bytes)

     En ook, Jezus moet een volmaakt mensch ge­weest zijn, anders kon Hij de wet niet volmaakt gehouden hebben, hetgeen de maatstaf is van 's [207] menschen volle bekwaamheid. 

    En Hij moet een volmaakt mensch geweest zijn, anders kon Hij een rantsoen (een overeenkomende prijs) niet gegeven hebben, (1 Tim. II: 6) voor het verbeurde leven van den volmaakten mensch, Adam. 

"Want dewijl de dood door een' mensch is, zoo is ook de opstanding door een' mensch." (1 Cor. XV: 21.)

     Ware Hij ook maar in het minst onvolmaakt geweest, dan zoude het duidelijk geweest zijn, dat ook Hij de straf deelachtig was, en zoude Hij dus geen welaangename offerande hebben kunnen zijn; ook zoude Hij de wet Gods niet volkomen hebben kunnen houden. Een volmaakt mensch werd verzocht, en viel, en werd veroordeeld; en alleen een volmaakt mensch kon de overeenkomende prijs, als Verlosser betalen.

Only a perfect man
could give a
corresponding price
for a perfect man.
     Nu hebben wij de zaak in anderen vorm geheel zuiver vóór ons, namelijk: Indien Jezus in het vleesch een volkomene man was, zooals de Schriften ons dit leeren, bewijst dit dan niet, dat een volmaakt mensch, een menschelijk, vleeschelijk wezen is,   niet een engel, maar een weinig minder dan de engelen? 

    Met de logische gevolgtrekking hiervan, kan men zich niet vergissen, en daarbij hebben wij nog de ingegeven verklaring van den Psalmist (Ps. VII: 5-8), en Paulus' aanhaling daaromtrent in Hebr. II: 7-9.

 

 

 

 

Jesus35Baptism.jpg (8695 bytes)

     Ook was Jezus geen vereeniging der twee naturen, de menschelijke en de geestelijke. De vermenging van twee naturen brengt noch de eene noch de andere voort, doch een onvolmaakt, tweeslachtig ding, dat de geestelijke beschikking tegen is. 

    Toen Jezus in het vleesch was, was Hij een volmaakt menschelijk wezen ; vóór dien tijd was Hij een volmaakt geestelijk wezen; en sedert Zijne opstanding is Hij een volmaakt geestelijk wezen van den hoogsten, goddelijken rang. 

    Pas, ten tijde Zijner wijding tot den dood, waarvan Zijn doop het zinnebeeld was – op dertig [208] jarigen leeftijd (volgens de wet, de leeftijd waarin men volkomen man werd, en dus de rechte tijd om zich als mensch toe te wijden) ontving Hij de verzekering dat Hij de goddelijke natuur beërven zoude. (Matth. III: 16, 17.) 

    De menschelijke natuur moest ten doode gewijd worden, eer Hij zelfs het onderpand der goddelijke natuur ontvangen kon. En niet eer die wijding werkelijk volbracht was, en Hij werkelijk de menschelijke natuur opgeofferd had, zelfs tot in de dood, werd onze Heere Jezus de goddelijke natuur ten volle deelachtig. 

    Nadat Hij mensch geworden was, werd Hij gehoorzaam tot den dood, daarom heeft God hem uitermate verhoogd tot de goddelijke natuur. (Phil. II: 8, 9.) Indien dit Schriftwoord waarheid bevat, dan volgt daaruit dat Hij niet tot de goddelijke natuur ver­hoogd werd, totdat de menschelijke natuur opgeofferd dood was.

Jesus was not
a combination
of two natures.

Twice,
Jesus experienced
a change of nature.

Jesus38BabeF.jpg (9282 bytes)

"But when the fullness of the time was come,
God sent forth his Son,
made of a woman, made under the law."
           Galatians 4:4

Jesus39Estelle.jpg (10351 bytes)

"And the Word was made flesh, and dwelt among us, (and we beheld his glory, the glory as the only begotten of the Father,) full of grace and truth."
              John 1:14

Jesus gave an equivalent for what Adam lost.

Jesus15SamaritanF.jpg (4397 bytes)

"For such an high priest became us, who is holy, harmless, undefiled, separate from sinners, and made higher than the heavens." Hebrews 7:26

     Wij zien dus, dat er in Jezus geen vermenging van naturen was, maar dat Hij tweemaal eene natuursverandering onderging; eerst van geestelijk tot menschelijk; daarna van de menschelijke natuur tot de hoogst geestelijke, de goddelijke natuur, en in beide gevallen werd de eene voor de andere opgegeven.

     In dit groote voorbeeld van volmaakte menschheid, dat onbezoedeld voor de wereld stond, totdat het voor de verzoening der wereld werd opgeofferd, zien wij van welke volmaaktheid ons geslacht in Adam afviel, en waartoe het weder hersteld zal worden. 

    Toen onze Heere Jezus het rantsoen werd voor den mensch, gaf Hij de zelfde waarde als van hetgeen verloren was; en daarom kan de geheele menschheid, door het geloof in Christus, en in gehoorzamheid aan Zijne eischen, geen geestelijk, maar een heerlijke, volkomen menschelijke natuur ontvangen "hetwelk verloren was."

     De volmaakte eigenschappen en krachten van den [209] volmaakten mensch kunnen eindeloos geoefend worden, op nieuwe en verschillende belangrijke onderwerpen, en kennis der bekwaamheid kan zeer vermeerderd worden; maar geen vermeerdering van kennis of kracht, kan eene natuursverandering te weeg brengen, of die meer volmaken. 

    Het zal slechts eene ontplooing en ontwikkeling der volmaakte menschelijke krachten zijn. Vermeerdering van kennis en bekwaamheid zal zeker tot in eeuwigheid het zalige voorrecht van den mensch wezen; toch zal hij nog mensch zijn, en zal hij slechts meer ten volle de krachten der menschelijke natuur, welke hij reeds bezit, leeren gebruiken. 

    Buiten die grenzen kan hij op niets hopen, en zal hij ook niet begeeren te vorderen, want zijne begeerten worden door de mate zijner krachten begrensd.

"There are also celestial bodies, and bodies terrestrial;
but the glory
of the celestial
is one,
and the glory
of the terrestrial
is another."
I Corinthians 15:40
     Terwijl Jezus, als mensch het toonbeeld was der volmaakte menschelijke natuur, waartoe de menigte van het menschdom hersteld zal worden, zoo is Hij sedert Zijne opstanding het toonbeeld van de heerlijke goddelijke natuur welke de overwinnende Gemeente bij de opstanding met hem deelen zal.

     Omdat de tegenwoordige eeuw gewijd is voornamenlijk aan de ontwikkeling van deze klasse, aan wie eene verandering van natuur is aangeboden, en omdat de apostolische brieven gewijd zijn aan het onderricht van "het kleine kuddeke," daarom mag het niet afgeleid worden, dat Gods plannen eindigden met het voltallig worden dezer uitverkorene schare.

     Noch ook moeten wij het tegenovergestelde denken, namelijk, dat de bijzondere beloften, der goddelijke natuur, geestelijke lichamen, enz., aan hen gedaan Gods voornemen was voor de geheele menschheid. Voor deze uitverkorene schare zijn de "zeer groote en dierbare beloften," behalve nog de andere dierbare beloften aan het geheele menschdom gedaan. 

    Om het woord der waarheid recht te onderscheiden moeten wij opmerken [210] ken, dat de Schriften de volmaaktheid der goddelijke natuur in het "klein kuddeke," en de volmaaktheid der menschelijke natuur in de herstelde wereld, als twee verschillende dingen erkennen.

What is
a spirit being?

SpiritF.jpg (1534 bytes)

     Laat ons nu nog eens nader onderzoeken, wat zijn geestelijke wezens? Welke macht bezitten zij? En door welke wetten worden zij geregeerd? Velen schijnen te denken, dat, omdat zij de natuur van een geestelijk wezen niet begrijpen, dit iets fabelachtigs zijn moet, en dientengevolge heerscht er veel bijgeloof over dit onderwerp. 

    Maar Paulus schijnt zulk een denkbeeld niet te hebben. Hoewel hij aangeeft, dat een menschelijk wezen onbekwaam is de hooger geestelijke natuur te doorgronden (1 Cor. II: 14), toch verklaart hij duidelijk, als om te waken tegen eenige fabelachtige of bijgeloovige meeningen, dat er een geestelijk lichaam is, evenals een natuurlijk (menschelijk) lichaam een hemelsch, zoowel als een aardsch lichaam, en eene heerlijkheid der aardsche lichamen, zoowel als eene heerlijkheid der hemelsche. 

    De heerlijkheid van het aardsche lichaam, werd, zooals wij zagen, verloren door de zonde van den eersten Adam, maar zal terug gegeven worden aan het geslacht door den Heere Jezus en Zijne Bruid (de Christus, Hoofd en lichaam) gedurende de Duizendjarige regeering. 

    De heerlijkheid der hemelsche lichamen is nog onzichtbaar, behalve waar het aan het oog des geloofs geopenbaard wordt in den Geest, door het Woord. Deze heerlijkheden zijn duidelijk en verschillend. Tot op zekere hoogte weten wij wat het natuurlijk, aardsch lichaam is, want nu hebben wij er zulk een, hoewel wij slechts benaderend kunnen vatten wat de heerlijkheid der volmaking zijn zal. 

    Het is vleesch, bloed en beenderen; want, "wat uit het vleesch geboren is, dat is vleesch." En daar er twee onderscheidene soorten van lichamen zijn, weten wij dat het geestelijke, hoe het [211] ook zijn zal, niet uit vleesch, bloed en beenderen bestaan zal: het is hemelsch, uit den hemel, geestelijk "wat uit den Geest geboren is, dat is geest." 

    Maar wat een geestelijk lichaam is, weten wij niet, want "Het is nog niet openbaar wat wij zijn zullen; maar……wij zullen hem gelijk wezen" – gelijk aan onzen Heere Jezus. Joh. III: 6; 1 Joh. III: 2.

     Nooit hebben wij gehoord, dat eenig wezen, hetzij geestelijk of menschelijk, van de eene natuur in de andere veranderde, behalve de Zoon van God, en dit was een bijzonder geval, om een bijzonder doel. 

    Toen God engelen maakte, was het ongetwijfeld Zijn doel, dat zij voor eeuwig engelen zouden blijven, eveneens met den mensch, elk volmaakt zijnde op zijn eigene trap. Ten minste de Schriften geven geene aanwijzing aangaande eenig ander doel.

Spirit beings
can be present,
yet invisible.

ElishaF.jpg (4630 bytes)
Elisha's Servant
saw Angels in Chariots

Spirit beings
can assume
human forms.

GideonF.jpg (6148 bytes)
An Angel Appeared
to Gideon

     Gelijk er in de onbezielde schepping eene aangename en bijna eindelooze verscheidenheid is, zoo is ook in de levende en redelijke schepping een zelfde verscheidenheid in volmaaktheid mogelijk. 

    Ieder schepsel is in zijne volmaaktheid heerlijk; maar, zooals Paulus zegt, eene andere is de heerlijkheid der hemelsche, en eene andere is de heerlijkheid der aardsche; zij verschillen in heerlijkheid.

     Als wij de feiten onderzoeken, die vermeld worden aangaande onzen Heere Jezus, na Zijne opstanding, en aangaande de engelen, die ook geestelijke wezens zijn, aldus "geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende" (1 Cor. II: 13), kunnen wij eenige algemeene kennis verwerven aangaande geestelijke wezens. Vooreerst, dan, engelen kunnen dikwijls aanwezig zijn, en zijn dit ook, doch onzichtbaar.

    "De engel des Heeren legert zich rondom degenen die Hem vreezen," en, "zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil, die de zaligheid beerven [212] zullen?" (Ps. IV: 8; Hebr. I: 14.) 

    Hebben zij zichtbaar of onzichtbaar gediend? Zonder twijfel, het laatste. Elisa was omringd door een heirleger Assyriërs; zijn dienaar was bevreesd; Elisa bad tot den Heere, en de oogen van den jongen man werden geopend, en hij zag de bergen rondom, vol vurige wagenën en paarden. Wederom, terwijl de engel voor Bileam onzichtbaar was, zag de ezelin, wier oogen geopend werden, hem wél.

    Ten tweede, engelen kunnen menschelijke gestalten aannemen, en als menschen verschijnen. De Heere en twee engelen verschenen alzoo aan Abraham, die een avondmaal voor hen bereidde, waarvan zij aten.

     In het eerst meende Abraham dat zij drie mannen waren, en het was niet alvorens zij op het punt waren te vertrekken, dat hij tot de ontdekking kwam dat één hunner de Heere was, en de andere twee, engelen, die daarna naar Sodom gingen en Lot redden. (Gen. XVIII: 1, 2.)

    Aan Gideon verscheen een engel als een man, maar maakte zich daarna bekend. Een engel verscheen aan den vader en de moeder van Simson, en zij dachten dat hij een man was, totdat zij hem in de vlammen van het altaar ten hemel zagen varen. Richt. VI: 11-22; XIII: 20

Spirit beings
are glorious
and bright.

Paul2.jpg (12026 bytes)
Saul of Tarsus

   "At midday, O King, I saw in the way a light from heaven, above the brightness of the sun, shining round about me and them which journeyed with me.
   And when we were all fallen to the earth, I heard a voice speaking unto me, and saying in the Hebrew tongue, Saul, Saul, why persecutest thou me?
   It is hard for thee to kick against the pricks."
Acts 26:13,14
Paul4.jpg (4600 bytes)
     Ten derde, geestelijke wezens zijn heerlijk in hun normalen toestand, en er wordt dikwijls van hen gesproken als heerlijk en glansrijk. Het aangezicht van den engel die den steen afwentelde van de deur des grafs was "als de bliksem." 

    Daniël kreeg een flauwen blik op een geestelijk wezen, dat hij beschrijft, zeggende: "zijn aangezicht was gelijk de gedaante des bliksems, en zijne oogen gelijk vurige fakkelen, en zijne armen en zijne voeten gelijk de verw van gepolijst koper; en de stem zijner woorden was gelijk de stem eener menigte. 

    Voor hem viel Daniël als dood neder.  [213] (Dan. X:6, 10, 15, 17.) Saulus van Tarse kreeg eveneens een gezicht van Christus' heerlijk lichaam, schijnende boven den glans der zon in zijne kracht. Saulus verloor zijn gezicht en viel ter aarde.

     Tot dus verre hebben wij de geestelijke wezens waarlijk heerlijk bevonden; toch, tenzij de oogen der menschen geopend worden om hen te zien, of tenzij zij als menschen in het vleesch verschijnen, zoo blijven zij onzichtbaar voor de menschen. Deze gevolgtrekking wordt verder bevestigd, wanneer wij de bijzonderheden dezer verschijningen nagaan. 

    De Heere werd allen van Saulus gezien, de mannen die met hem reisden hoorden slechts de stem, maar zagen niemand. (Hand. IX: 7.) De mannen die met Daniël waren, zagen het heerlijk wezen, hetwelk hij beschrijft, niet, maar een groote vreeze viel over hen, en zij vluchten, en verbergden zich. 

    Wederom verklaarde dit heerlijke wezen: "de vorst des koninkrijks van Perzië stond tegenover mij een en twintig dagen." (Dan. X: 13.)  Is Daniel, de zeer beminde des Heeren, als dood gevallen voor dezen eenen, wien de vorst van Perzië een en twintig dagen weerstond? 

    Hoe kan dit? Hij is dan toch zeker niet in heerlijkheid aan dezen vorst verschenen! Neen, hij was of onzichtbaar tegenwoordig, óf hij is hem als mensch verschenen.

     Onze Heere is, sedert Zijne opstanding een geestelijk wezen, dientengevolge moeten de zelfde krachten die de engelen (geestelijke wezens) vertoonen, ook in hem gevonden worden. En dit is ook het geval, zooals wij in een volgend hoofdstuk nader zullen aantoonen.

Spiritual and human natures
are distinct.
     Alzoo bevinden wij, dat de Schriften de geestelijke en menschelijke naturen als onderscheiden en duidelijk beschouwen, en geen bewijs leveren dat de eene in de andere zal ontwikkelen of daaruit voortkomen; doch, integendeel aantoonen, dat slechts enkelen van de menschelijke tot de goddelijke [214] natuur zullen veranderd worden, waartoe Jezus, hun hoofd reeds verhoogd is. 

    En deze opmerkelijke en bijzondere trek in Jehovah's plan heeft het opmerkelijke en bijzondere doel deze weinigen voor te bereiden tot Gods dienaars bij het groote aanstaaande werk der wederherstelling aller dingen.

Laat ons nu de uitdrukkingen

Mortality
means
death is possible.

Grave1.jpg (10620 bytes)

Sterfelijkheid en Onsterfelijkheid

     gaan beschouwen.

     Wij zullen bevinden dat hun ware beteekenis in volstrekte overeenstemming is, met hetgeen wij geleerd hebben uit onze vergelijking van Bijbelsche verklaringen omtrent menschelijke en geestelijke wezens, en aardsche en hemelsche beloften. 

    Aan deze woorden wordt dikwijls een zeer onzekere uitlegging gegeven en verkeerde meeningen over hunne beteekenis geven een verkeerden blik op onderwerpen waarmede zij in verband staan in gewoon en in Schriftuurlijk gebruik.

     "Sterfelijkheid" beteekent een staat of toestand van mogelijkheid om te sterven; niet een toestand des doods, maar een toestand waarin de dood eene mogelijkheid is.

     "Onsterfelijkheid" beteekent een staat of toestand niet onderhevig aan sterven; niet een toestand vrij van dood, maar een toestand waarin de dood eene onmogelijkheid is.

Immortality
means
death is impossible.

There is confusion on mortality
and immortality.

     De gewone, doch verkeerde meening over sterfe­lijkheid, is, een staat of toestand waarbij de dood onvermijdelijk is, terwijl de meening aangaande de beteekenis van onsterfelijkheid meer juist is.

     Het woord onsterfelijk beteekent niet sterfelijk; de samenstelling der woorden duidt hunne verklaring aan. Het is wegens het heerschen van een verkeerde meening omtrent het woord sterfelijk, [215] dat zoo velen verward raken wanneer zij trachten uit te maken of Adam sterfelijk of onsterfelijk was vóór zijne overtreding. 

    Zij redeneeren, dat indien hij onsterfelijk geweest was, God niet gezegd zoude hebben: "Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij sterven," want een onsterfelijk wezen kan onmogelijk sterven. 

    Dit is een logische gevolgtrekking. Aan den anderen kant, zeggen zij: Ware hij sterfelijk geweest, waaruit zoude dan de bedreiging of de straf van de verklaring: 

    "Gij zult voorzeker sterven" bestaan, want indien sterfelijk (volgens hunne verkeerde uitlegging) zoude hij den dood toch niet hebben kunnen vermijden?

Mortal life
is sustained by external elements.

 

     Zooals men zien zal, is de moeielijkheid gelegen in de valsche beteekenis die aan het woord sterfelijkheid gegeven wordt. Geef er de juiste verklaring aan, en alles wordt duidelijk.

     Adam was strefelijk dat is, in een toestand waarin de dood eene mogelijkheid was. Hij bezat het leven in volle en volmaakte mate, doch geen eigne, ingeschapen leven. 

    Zijn leven werd onderhouden door "alle boom dezes hofs," behalve den eenen verbodenen boom; en zoo lang als hij gehoorzaam bleef aan, en in overeenstemming met zijnen Maker, was zijn leven verzekerd de onderhoudende elementen zouden hem niet ontzegd worden.

     Aldus beschouwd, had Adam leven; en de dood was te vermijden; toch was hij in zulk een toestand, dat de dood mogelijk was hij was sterfelijk.

     Nu doet de vraag zich voor: Indien Adam sterfelijk was, werd hij dan op de proef gesteld om de onsterfelijkheid te verkrijgen? Het gewone antwoord zoude zijn: Ja. 

    Wij antwoorden: Neen. Zijne beproeving bestond daarin, dat het blijken moest of hij eene voortduring van het leven en de reeds bezetene zegeningen waardig of onwaardig was.

     Aangezien het nergens beloofd werd, dat hij, bij gehoorzaamheid, onsterfelijk worden zoude, [216] moeten wij al zulke bespiegelingen ter zijde laten. Hem was beloofd eene voortzetting der zegeningen die hij toen genoot, zoolang hij gehoorzaam bleef, en hij was gedreigd met het verlies van die allen de dood zoo hij ongehoorzaam was. 

    Het is het valsche denkbeeld van de beteekenis van het woord sterfelijk, dat in het algemeen de menschen tot de gevolgtrekking leidt, dat alle wezens die niet sterven, onsterfelijk zijn. In deze afdeeling sluiten zij dus onzen hemelschen Vader, onze Heere Jezus, de engelen, en het geheele menschdom in. 

    Dit, nu, is eene dwaling: de groote menigte der menschen, gered van den val, zoowel als de engelen des hemels, zullen altijd sterfelijk blijven; hoewel in eenen toestand van volmaaktheid en zaligheid, zullen zij altijd tot die sterfelijke natuur behooren, die den dood, de bezoldiging der zonde, kon ondergaan, indien zij zonde bedreven. 

    De zekerheid van hun bestaan, zal gewaarborgd zijn, gelijk het met Adam was, door de gehoorzaamheid aan den alwijzen God, wiens gerechtigheid, liefde en wijsheid, en wiens macht om dengenen die Hem liefhebben en Hem dienen, alle dingen ten geode te doen medewerken, ten volle getoond zal zijn geweest door Zijne handelingen met de zonde in den tegenwoordigen tijd.

Only the
Divine Nature
is immortal.
The great mass
of mankind will always be mortal.

Satan is to be destroyed,
which proves that angels are mortal.

     Nergens in de Schriften wordt het gezegd, dat de engelen onsterfelijk zijn, noch dat de herstelde menschheid onsterfelijk zal zijn.

     Integendeel, onsterfelijkheid wordt alleen toegeschreven aan de goddelijke natuur oorspronkelijk alleen aan Jehovah; daarna aan onzen Heere Jezus in zijnen tegenwoordigen uitermate verhoogden toestand; en eindelijk, volgens belofte, aan de Gemeente, het lichaam van Christus, als zij met hem verheerlijkt zal zijn. l Tim. VI:16; Joh. V:26; 2 Petr. I:4; 1 Cor. XV: 53, 54.

     Niet alleen hebben wij het getuigenis dat onsterfelijkheid alleen aan de goddelijke natuur toe [217] behoort, maar wij hebben het bewijs, dat de engelen sterfelijk zijn, in het feit dat Satan, die eenmaal een hunner oversten was, vernietigd zal worden. (Hebr. II: 14.) Het feit, dat Satan vernietigd kan worden, bewijst dat als klasse, de engelen sterfelijk zijn.

     Aldus beschouwd zien wij dat wanneer onverbeterlijke zondaars uitgewischt zullen zijn, beide onsterfelijke en sterfelijke wezens voor eeuwig zullen leven in, blijdschap, vreugde, en liefde – eerstgenoemde klasse bezittende eene natuur waarvan het leven eigen is, en niet in staat om te sterven – het leven in zichzelven (Joh. V:26); en laatstgenoemden, eene natuur bezittende vatbaar voor den dood, doch geen oorzaak daartoe gevende, omdat zij vol­maakt van bestaan zijn, en kennis hebben van het kwaad, en van de goddeloosheid der zonde.

    Dezen, door Gods wet goedgekeurd zijnde, zullen voor eeuwig die bestanddeelen geschonken worden, die noodig zijn om hen volmaakt te onderhouden, en zullen nimmer sterven.

Man being mortal – destroys
the doctrine
of eternal torment.

"The soul
that sinneth,
it shall die."

     De ware erkenning van. de beteekenis der uitdrukkingen sterfelijk en onsterfelijk, en van hun gebruik in de Schriften, vernietigt tot den grondslag toe de leer der eeuwige pijniging. 

    Het is gegrond op de onschriftuurlijke theorie, dat God den mensch onsterfelijk geschapen heeft, dat hij niet kan ophouden te bestaan, en dat God hem niet vernietigen kan; daaruit bewijst men, dat de onverbeterlijken moeten voortleven, op de eene of andere wijze, en de gevolgtrekking is, dat wijl zij niet in overeenstemming met God zijn, hun eeuwigheid, er eene vol van ellende zijn moet. 

    Maar Gods Woord verzekert ons, dat Hij zulk eene voortduring van zonde en zondaars voorkomen heeft: dat de mensch sterfelijk is, en dat de volle straf voor vrijwillige zonde tegen het volle licht en beter weten in, geen leven in pijniging, maar een tweede dood zal zijn. [218]

     "De ziel die zondigt, die zal sterven.

Wie zijt gij, die tegen God antwoordt.
Rom. IX: 20.

     Het is het verkeerde denkbeeld van sommigen, dat de gerechtigheid eischt, dat God geen verschil zoude moeten maken bij het schenken Zijner gunsten aan Zijne schepselen; dat indien Hij den één tot een hoogen stand verheft, Hij dit volgens recht ook allen moet doen, tenzij het bewezen kan worden, dat sommigen hun recht daartoe verbeurd hebben, en zij in dat geval naar recht tot een lageren stand verwezen kunnen worden.

God had a right
to create Jesus higher than
the angels.
     Indien dit beginsel juist is, dan zoude het aantoonen dat God geen recht had, om Jezus hooger dan de engelen te maken, en hem dan verder tot de goddelijke natuur te verheffen, tenzij Hij zich voorgenomen had, datzelfde voor alle engelen en menschen te doen. 

    En om het beginsel verder door te voeren, indien eenige menschen hoog verheven zullen worden, en de goddelijke natuur deelachtig gemaakt, dan moeten eenmaal allen tot dienzelfden stand worden verhoogd. 

    En waarom dit beginsel niet tot zijn versten grens gevoerd, en deze zelfde wet van vooruitgang aan de dieren en de insecten toegepast, en gezegd dat, omdat zij allen Gods schepselen zijn, zij eenmaal allen den hoogsten trap van bestaan moeten bereiken – de goddelijke natuur? 

    Dit is eenvoudig eene bespottelijkheid, maar van dit aangenomen beginsel, een even redelijke gevolgtrekking als alle anderen. 

Galalxy7.jpg (15555 bytes)

     Waarschijnlijk zal wel niemand geneigd zijn dit beginsel zóó ver door te voeren. Ware het nochtans een beginsel in eenvoudige rechtvaardigheid gegrond, waar zoude het eindigen kunnen en toch nog rechtvaardig blijven? 

    En ware dit inderdaad het plan van God, waar zoude de liefelijke verscheidenheid van [219] al Zijne werken blijven? 

    Doch dit is Gods plan niet. De gansche natuur, bezield en onbezield, vertoont de heerlijkheid en de verscheidenheid der goddelijke macht en wijsheid. 

    En gelijk "de hemelen verkondigen de heerlijkheid Gods, en het uitspansel Zijner handenwerk" in wondervolle verscheidenheid en pracht, zoo zal nog veel meer Zijne redelijke Schepping de meerdere heerlijkheid Zijner macht, in verscheidenheid vertoonen. 

    Dit besluiten wij uit de uitdrukkelijke leeringen van Gods Woord, uit het verstand, en uit de gelijkvormigheden der natuur.

Justice understood.      Het is van groot belang dat wij een juist denkbeeld van rechtvaardigheid hebben. Een gunst moet nooit beschouwd worden als een rechtmatige verdiende belooning. 

    Een daad van eenvoudige rechtvaardigheid is geen oorzaak voor bijzondere dankbaarheid, ook is het geen bewijs voor liefde, maar God bewijst Zijne groote liefde aan Zijne schepselen, in een eindelooze reeks van onverdiende gunsten, die wederkeerig hun liefde en lof moet opreopen.

Mouse.jpg (34144 bytes)      God had het recht, indien Hij zulks wilde, ons slechts voor een korten tijd het leven te geven, zelfs al hadden wij nooit gezondigd. Aldus maakte Hij eenigen Zijner lagere schepselen. Hij kon ons toegestaan hebben Zijne zegeningen voor een tijd te genieten, en ons daarna van ons bestaan beroofd hebben. In waarheid, zoude zulk een kort bestaan reeds een gunst geweest zijn. Het is enkel Gods gunst, dat wij een bestaan hebben.
   Aspiration of Lucifer
   "How art thou
fallen from heaven,
O Lucifer,
son of the morning!
   "How art thou cut down to the ground,
which didst weaken
the nations!
   "For thou hast said

in thine heart, I will ascend into heaven,
I will exalt my throne above the stars of God:
   "I will sit also upon the mount of the congregation, in the sides of the north."
   Isaiah 14:12,13
     Hoeveel grooter gunst is de vrijkooping van het bestaan, eenmaal door de zonde verbeurd! En daarenboven, het is Gods gunst, dat wij menschen zijn, en geen beesten; het is louter Gods gunst dat engelen naar hunne natuur een weinig hooger zijn dan menschen; en het is ook Gods gunst dat de Heere Jezus en zijne bruid de goddelijke natuur deelachtig worden [220] 

    Daarom betaamt het al Zijne redelijke schepselen, dankbaar alles te aanvaarden wat God schenkt. Een andere geest verdient terecht afkeuring, en wanneer daaraan toegegeven wordt, eindigt het in vernedering en vernietiging.

    Een mensch heeft het recht niet er naar te verlangen een engel te worden, aangezien hij daar nooit toe uitgenoodigd werd; evenmin heeft een engel het recht, naar de goddelijke natuur te verlangen, daar dit hem evenmin werd aangeboden. Dit was het, waartoe Satan's hoogmoed hem dreef, dat hem zijne vernedering aanbracht, en eindigen zal in zijne vernietiging. (Jes. XIV: 14.) 

    "Een iegelijk die zich zelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zich zelven vernedert, zal verhoogd worden," (Luk. XIV: 11) maar niet noodwendiglijk tot den hoogsten toestand.

 

 


Abraham

     Gedeeltelijk uit verkeerde denkbeelden van rechtvaardigheid, en gedeeltelijk uit andere oorzaken, heeft het onderwerp der uitverkiezing, gelijk die in de Schriften geleerd wordt, aanleiding gegeven tot veel strijd en verkeerd begrip. 

    Dat de Schriften een uitverkiezing leeren, kunnen weinigen ontkennen, maar op welk beginsel die verkiezing of uitverkiezing gegrond is, is eene zaak van groot verschil van meening, daar sommigen beweren dat het een willekeurige, onvoorwaardelijke verkiezing is, en anderen, dat het voorwaardelijk is. 

    In beide deze beschouwingen is er een deel van waarheid. Een verkiezing is van de zijde van God, de uitdrukking Zijner keuze voor een zeker doel, ambt, of toestand. God had verkoren of verkozen dat eenigen Zijner schepselen engelen zouden zijn, eenigen, menschen, dat ook eenigen beesten, vogels, insecten, enz., zouden zijn, en eenigen zijne eigene Goddelijke natuur zouden hebben. 

    En hoewel God naar zekere gesteldheden kiest, wie tot de goddelijke natuur zullen worden toegelaten, toth kan het [221] niet gezegd worden, dat deze het meer dan anderen verdienen; want het is louter uit gunst dat eenig schepsel of eenigen trap het bestaan heeft.

     "Zoo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods” (Rom. IX:16). Het is niet omdat de gekozenen beter waren dan anderen, dat God hen tot de goddelijke natuur uitnoodigde, want hij sloeg de engelen over, die niet gezondigd hadden, en riep eenigen der verloste zondaars tot goddelijke eer. 

   God heeft het recht om met het Zijne te doen naar Zijn welbehagen, en Hij verkiest dit recht uit te oefenen ter volbrenging Zijner plannen.

Potter1.jpg (7009 bytes)

Hath not the potter power
over the clay?

Potter2.jpg (6651 bytes)

Aangezien dus, alles wat wij hebben, goddelijke gunst is, "wie zijt gij dan, o mensch, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzoo gemaakt? 

"Of heeft de pottebakker geene macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken het ééne vat ter eere," en het andere tot mindere eer? (Rom. IX: 20, 21.)

     Allen werden door de zelfde goddelijke macht geschapen sommigen tot hooger natuur, en meerdere eer, en sommigen tot lagere natuur en mindere eer. 

"Alzoo zegt de Heere, de Heilige Israëls, en deszelfs Formeerder: Zij hebben Mij van toekomende dingen gevraagd; van mijne kinderen, zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven? 

"Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mensch daarop geschapen; Ik ben het! Mijne handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven. 

"Want alzoo zegt de Heere, die de hemelen geschapen heeft, die God, die de aarde geformeerd heeft; Hij heeft ze bevestigd. 

"Hij heeft ze niet geschapen dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de Heere en nieman meer." (Jes. XLV: 11, 12, 18.) 

   Niemand heeft het recht God bevelen te geven. Indien Hij de aarde [222] de bevestigd heeft, en indien Hij het niet te vergeefsch formeerde, maar het maakte ten einde het door herstelde volmaakte menschen te doen bewonen, wie zijn wij dat wij God zouden antwoorden, en zeggen dat het onrechtvaardig is, hunne naturen niet te veranderen en hen allen eene geestelijke natuur deelachtig te maken, óf gelijk aan de engelen, óf gelijk aan Zijne eigene goddelijke natuur? 

    Hoe veel meer betaamt het ons ootmoedig naar Gods Woord, te "vragen" aangaande de toekomende dingen, in plaats van te "bevelen," of te beweren dat Hij onze denkbeelden moet uitwerken. Heere, weerhoud uwe knechten van vermetele zonden: laat die ons niet overheerschen.

The human race are God’s children by creation – the work of his hands.      Wij gelooven niet dat Gods kinderen willens en wetens den Heere bevelen zullen geven; doch hoe gemakkelijk en bijna onwillekeurig vallen velen in deze dwaling. 

    Het menschelijk geslacht zijn Gods kinderen door de schepping – het werk Zijner handen – en Zijn plan met betrekking tot hen wordt duidelijk in Zijn Woord geopenbaard. 

    Paulus zegt dat de eerste mensch (die een beeld was, van wat het geslacht, volmaakt zijnde eenmaal wezen zal) uit de aarde, aardsch was; en zijne nakomelingschap, uitgezonderd de Evangelische Kerk, de Gemeente, zal ook in de opstanding aardsch, menschelijk, geschikt voor de aarde zijn. (1 Cor. XV: 38, 44.) 

    David verklaart dat de mensch een weinig minder gemaakt werd dan de engelen, en gekroond werd met eer, heerlijkheid, heerschappij, enz. (Ps. VIII: 4-8.)