|
| |
|
Hoofdstuk
15
De
Dag Van Jehovah |
|
|
|
–De
"Dag van Jehovah,"
de "Dag der Wrake,"
de "Dag des Toorns."
–Een tijd van groote benauwdheid.
–Zijne oorzaak.
–Des Bijbels getuigenis dienaangaande.
–Zijn vuur en storm, zijn bewegen
en smelten bewezen zinnebeeldig te zijn.
–Davids getuigenis.
–Het getuigenis der
Openbaring.
–De tegenwoordige toestand,
en het uitzicht der toekomst
gezien door tegenover elkander
staande partijen, kapitalisten
en loontrekkers.
–Een geneesmiddel dat niet baten zal.
–Het voorhangsel opgeheven, en licht,
juist ter bestemder tijd toege1aten.
–Het bewijs
hiervan.
–De toestand der heiligen
gedurende
den tijd der
benauwdheid en hun
houding daar tegenover. |
|

|
"And
except
those days should
be shortened,
there should
no flesh be saved;
but for the elect’s sake those days shall be shortened."
Matthew 24:22 |
Christ
will be
the General
of Jehovah.

|
De
"Dag van Jehovah"
is de naam van het
tijdperk waarin Gods Koninkrijk, onder Christus langzamerhand opgericht
zal worden op de aarde, terwijl de koninkrijken dezer wereld voorbijgaan, en Satan's macht en invloed over de menschen gebonden is.
Het wordt overal beschreven als een donkere dag van vreeselijke moeite
en ellende, en verwarring voor de menschen.
En kan het anders of een ommekeer van zóó grooten omvang, en zulke groote verandering ten
gevolge hebbende, moet ellende veroorzaken?
Kleine omwentelingen
hebben in iedere eeuw moeite veroorzaakt, en deze omwenteling, de
grootste van allen [362] zal een tijd van benauwdheid zijn, als er niet
gewest is, sints dat er een volk geweest is, noch ook zijn zal. –
Dan. XII: I; Matth.
XXIV: 21, 23
Het wordt de "Dag van Jehovah"
genoemd, omdat, hoewel Christus met koninklijke titel en macht tegenwoordig zal
zijn als Jehovah's vertegenwoordiger, de leiding op zich nemende van
alle zaken gedurende dezen tijd der benauwdheid, het toch meer is als
Generaal van Jehovah, alle dingen onderwerpende, dan als de Vorst des
Vredes, allen zegenende.
Gelijktijdig met het ineenzinken van valsche en
onvolmaakte inzichten en stelsels, zal de banier van den nieuwen
Koningrijzen, en ten slotte zal Hij door allen worden erkend en
aangenomen
als Koning der Koningen. Zoo wordt het door de profeten als Jehovah's
werk voorgesteld, de heerschappij van Christus op te zetten:
"Ik zal u de Heidenen geven tot uw erfdeel,
en de einden der aarde tot uwe bezitting." (Ps. II: 8.)
"In de dagen van die koningen zal de God des
hemels een koninkrijk verwekken" (Dan. II: 44).
"De Oude van dagen zette zich, en er kwam
als eens menschen zoon, en hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden
hem voor Denzelven naderen, en hem werd gegeven
heerschappij, en alle heerschappijen zullen hem eeren en gehoorzamen."
(Dan. VIII: 9, 13, 14, 22, 27.)
En daar voegt zij de verklaring van Paulus bij,
dat wanneer Christus het doel zijner regeering zal hebben ten uitvoer
gebracht, "dan zal ook de Zoon zelfonderworpen worden, Dien ( den
Vader) die hem alle dingen onderworpen heeft. –1
Cor. XV: 28.
|
|
God
has
established
certain laws
in harmony
with which
He operates.

|
Dit tijdperk wordt ook de "Dag der Wrake
onzes Gods," en een "Dag des Toorns" genoemd. (Jes. LXI: 2; LXIII: 1-4; Ps. CX: 5.)
Wie daarbij echter aan werkelijke
torn of goddelijke grimmigheid denkt, vergist zich geheel. God heeft
eenmaal wetten vastgesteld, in overeenstemming waarmede hij werkt, en
zij die [363] om welke oorzaak ook, daarmede in strijd komen, dragen
slechts de gevolgen van hun eigen weg.
Gods raadgeving aan het menschdom is voortdurend
verworpen geweest, behalve door enkelen; en zooals wij aantoonden, liet
God de menschheid haar eigen weg volgen, en Hem en Zijne raadgevingen
verlaten. (Rom. I: 20.)
Hij beperkte toen Zijn bijzondere zorg tot
Abraham en zijn zaad, die voorgaven in zijn weg en dienst te willen
treden. De hardheid huns harten, als volk, en de onoprechtheid hunner
harten jegens God, verhinderde niet alleen natuurlijkerwijze, dat zij
den Messias ontvingen, doch bereidde hen even natuurlijk voor, en
leidde hen in de benauwdheid die hun volksbestaan deed ophouden. |
|

The "time
of trouble" will be
the natural consequence of unrighteousness.
|
En zoo heeft het licht, dat voor de ware Kerk van
Christus (de Gemeente, de klasse wier namen in den hemel zijn
opgeschreven) gedurende het evangelie-tijdperk in de wereld geschenen
heeft, getuigenis afgelegd aan de beschaafde wereld, van het verschil
tusschen kwaad en goed, recht en onrecht, en van een toekomenden tijd
waarin het eene beloond, en het andere gestraft zal worden. (Joh. XVI:
8-11; Hand. XXIV: 25.)
Dit zoude van grooten invloed op de menschen
geweest zijn, hadden zij acht geslagen op des Heeren vermaningen, maar,
altijd eigenzinnig, hebben zij zich de leeringen der Schriften niet
ten nutte gemaakt, en dientengevolge zal de benauwdheid van den Dag
des Heeren om hunne nalatigheid over hen komen. Wederom kan het de wrake
Gods genoemd worden, omdat het komt als belooning der ongerechtigheid en
doordat Zijne raadgevingen niet opgevolgd werden. |
|
The
world
has disregarded God’s counsel.
The "voice of
avarice"
--Get all you can...

|
Niettemin, uit een ander oogpunt bezien, is de
benauwdheid die over de wereld gaat komen, het natuurlijk en wettelijk
gevolg der zonde, welke God voorzag, en waartegen Zijne raadgevingen de
[364] menschen beschermd zouden hebben, hadden zij die opgevolgd.
Terwijl Gods boodschap aan de Kerk (de Gemeente)
geweest is:
"Stelt uwe lichamen tot eene levende
offerande" (Rom. XII: 1) is Zijne boodschap aan de wereld
geweest:
"Bewaar uwe tong van het kwaad, en uwe
lippen van bedrog te spreken; Wijk af van het kwaad, en doe het goede;
zoek den vrede en jaag dien na." (Ps. IV:14, 15.)
Door weinigen is naar die beide boodschappen
ge1uisterd. Slechts een klein kuddeken stelde zich tot eene offerande;
en wat de wereld aangaat, hoewel zij de spreuk hoog hield "eerlijk
duurt het langst," zij bracht die niet in praktijk.
Zij luisterde liever naar de stem der
gierigheid –
Zie
te krijgen al wat gij kunt van rijkdom, en eer, en macht in deze wereld,
op welke wijze komt het niet aan, evenmin komt het er op aan wie er door
uwe winst verliest.
In één woord, de benauwdheid van den Dag des Heeren zoude
niet komen, zoude ook niet kunnen komen, indien de beginselen van Gods
wet maar eenigermate waren vastgehouden. Die wet kortelijk samengevat,
luidt:
"Gij zult den Heere uwen God liefhebben met
geheel uw hart, en uwen naaste als uzelven. (Matth. XXII: 37-39.)
Het is omdat het ontaard en vleeschelijk gemoed
tegenover deze wet Gods staat, en er niet onderworpen aan is, dat de
benauwdheid als een natuurlijk gevolg komen zal, als maaien na het
zaaien. |
The
selfish, stony heart of man
will become
a heart of flesh. |
Het vleeschelijk of ontaard gemoed, verre van den
naasten lief te hebben als zich zelven, is altijd zelfzuchtig en
hebzuchtig geweest, zóó zelfs dat tot moord en geweld de toevlucht
genomen werd om wat anderen bezaten te verkrijgen.
Dat is zoo geweest in
iedere eeuw der wereld, en dat zal het blijven, want het zelfzuchtige
beginsel is overal hetzelfde, behalve waar omstandigheden van geboorte,
opvoeding en omgeving daar een anderen [365] invloed op uitoefenden.
Het zal zoo blijven totdat door de macht van den
ijzeren schepter van den Messias, niet geweld op hebzucht, maar de
liefde beslissen zal wat recht is, en dat ook bekrachtigen zal,
totdat allen de gelegenheid gehad hebben om te leeren dat de voordeelen
der heerschappij van gerechtigheid en liefde veel grooter zijn dan die
der zelfzucht en des gewelds; totdat onder den invloed van het
zonnelicht der waarheid en der gerechtigheid, het zelfzuchtige steenen
hart des menschen weder eenmaal worden zal, zooals toen God het als
"zeer goed" bestempelde –
een vleeschen hart. Ez. VI: 26. |
|
How
did the
change from Godlike love
to selfishness
come about?

Sustenance
became the principal aim
and interest of life. |
Terugkijkende, kunnen wij zonder eenige
moeielijkheid zien, hoe de verandering van aan God gelijkende liefde en goedheid in
harde zelfzucht plaats had. De omstandigheden, die tot zelfzucht
aanwakkerden,
traden in, zoodra de mensch door ongehoorzaamheid, de Goddelijke gunst
verloor, en uit Zijn Edente Huis verbannen werd, waar al zijne
behoeften zoo overvloedig vervuld waren geweest.
Toen onze veroordeelde ouders uitgingen, en den
strijd des levens aanvingen, trachtende hun bestaan zoo ver mogelijk te
verlengen, stuitten zij dadelijk op doornen en distelen en onvruchtbaren
bodem; en het worstelen hiermede bezorgde hen afmatting en het zweet
des aangezichts waarvan de Heer gesproken had.
Gaandeweg werden de geestelijke en zedelijke
eigenschappen afgestompt uit gebrek aan oefening, terwijl de lagere
eigenschappen door bestendig gebruik zich meer ontwikkelden.
Zelfonderhoud werd het hoofddoel, en het hoogste belang des levens, en
wat het kostte aan arbeid, werd de standaard waarbij alle andere
belangen
vergeleken werden; de Mammon werd de heer der menschen.
Verwondert het ons, dat onder zulke
omstandigheden de mensch zelfzuchtig, hebzuchtig en gierig werd,
iedereen het meeste wilde [366] de hebben –
eerst naar de behoeften des
levens, en daarna naar de eer en de weelde die de Mammon geven kan?
Het
is slechts de natuurlijke gang, waaruit de Satan groot voordeel
getrokken heeft. |
|
The
veil
of ignorance
and superstition
is now
being lifted.
Wealth
brings
many evils
and some
blessings.

|
Gedurende vroeger eeuwen, onder verschillende
invloeden (waaronder onkunde, rasvooroordeelen, en nationale hoogmoed)
is de groote rijkdom der wereld gewoonlijk in handen van enkelen geweest
–
de heerschers –
aan wie de massa des
volks slaafsche gehoorzaamheid betoonde, als aan hunne nationale
vertegenwordigers, op wier rijkdom zij trotsch waren als
vertegenwoordigende hunne belangen.
Doch toen de tijd nader bij kwam, waarin Jehovah
besloten had, de wereld te zegenen met eene wederherstelling door den
Messias, begon hij den sluier van onkunde en bijgeloof op te heffen door
moderne gemakken en uitvindingen, en met dezen kwam de algemeene
opheffing des volks en de verminderde macht der aardsche heerschers. De
rijkdom der wereld is nu niet langer in handen der koningen, maar
voornamelijk onder het volk.
Hoewel rijkdom veel kwaad aanbrengt, het brengt
ook eenige zegeningen aan: de rijken verkrijgen betere opvoeding, maar
daardoor komen zij geestelijk hooger te staan dan het armere volk, en
min of meer in betrekking tot de vorsten te staan; zoodat zij een
aristocratie vormen, die geld en ontwikkeling tot hun steun en
achtergrond hebben, en hen behulpzaam zijn in den zelfzuchtigen strijd
om alles te verkrijgen wat maar mogelijk is, en zich zelf vooraan te
houden, het koste wat het wil.
|
|

As
people
take advantage
of educational facilities, they
begin to think
for themselves. |
Maar,
waar nu de kennis zich uitbreidt, en het volk
zich de meer en meer overvloedige opvoedingsmiddelen ten nutte maakt,
begint men voor zich zelf te denken; en met hun gevoel van
eigenwaarde, en hun zelfzucht, aangedreven door een weinig
kennis –
soms een gevaarlijk iets –
verbeelden zij zich dat zij wegen en
middelen zien, waardoor aller [367] menschen belangen en verhoudingen, bepaaldelijk
die van henzelven, verbeterd kunnen worden ten koste van het kleine
getal, in wier handen thans het bezit is.
Zonder twijfel gelooven ve1en hunner in
oprechtheid, dat de tegenstrijdige belangen van Mammon's aanbidders (zij
zelven aan de eene zijde, de rijken aan de andere) gemakkelijk en
billijk geschikt konden worden; en zonder twijfel, gevoelen zij ook,
dat indien zij rijk waren, zij van harte gaarne geven zouden, en hunne
naasten zouden liefhebben als zich zelven.
Maar zij bedriegen zichzelven klaarblijkelijk,
want in hun tegenwoordigen toestand toonen slechts zeer weinigen zulk
een geest, en hij die niet getrouw zijn zoude in het gebruik van weinig
aardsche goederen, zoude het ook niet zijn, indien hij veel bezat.
Dit
wordt wel door de omstandigheden getoond, want sommigen der hardste en
zelfzuchtigste naturen onder de rijken zijn zij die plotseling uit de
lagere rangen zijn opgekomen. |
|

Hospitals

Libraries
|
Daar staat tegenover, dat waar wij bij niemand en
op geenerlei wijze begeerlijkheid en nimmer bevredigde zelfzucht
verontschuldigen, doch die integendeel bestraffen, het toch billijk is
te erkennen, dat er voorzien wordt in den nood der kranken en
hulpbehoevenden, en armen, door inrichtingen, hospitalen, armenhuizen,
openbare bibliotheken, scholen, enz., alles tot nut en gemak der
behoeftigen, terwijl de rijken die voornamenlijk in stand houden door
giften en belastingen.
Deze inrichtingen danken bijna altijd hun
bestaan aan de barmhartigheid en goedhartigheid van enkele rijken, en
zijn ondernemingen die niet in werking gebracht kunnen worden door de
armere klasse, die daar tijd, noch ontwikkeling, noch ook belang genoeg
voor bezit. |
|
There
has been
a growing
opposition between
the wealthy
and labor.
Capital
vs. Labor

The
increase of
knowledge and
liberty brings
discontent.
|
Niettemin ziet onze tijd een steeds toenemenden
tegenstand tusschen de bezittende en de werkende [368] klassen – een toenemende bitterheid aan de
zijde van den arbeid, en een
toenemende overtuiging bij de rijken, dat niets dan de sterke arm der
wet, dat wat zij als hunne rechten beschouwen zal kunnen beschermen.
Van daar dat de rijken zich meer bij de
regeeringen aansluiten; en de om loon arbeidende massa's beginnen te
denken, dat wetten en regeeringen slechts dienen om de rijken te
helpen, en de armen te verdrukken, en daarom tot communisme en anarchie
overgaan, denkende dat daardoor hunne belangen het best gebaat zullen
worden, en niet beseffende dat de slechtste en meest kostbare regeering
toch altijd nog veel beter is dan in het geheel geen regeering.
Vele Schriftplaatsen toonen duidelijk dat dit het
karakter zijn zal van de benauwdheid waarbij de tegenwoordige
burgerlijke, sociale en godsdienstige ordeningen zullen voorbijgaan; dat
dit de weg is waarin vermeerderde kennis en vrijheid zal uitloopen,
omdat de mensch geestelijk, en zedelijk en lichamelijk onvolmaakt is.
Deze Schriftuurplaatsen zullen later aangehaald worden; hier kunnen wij
slechts op enkelen de aandacht vestigen. Thans is het genoeg.
Men
bedenke intusschen dat in velen der profetieën van het Oude Testament, waarin Egypte, Babylon, en Israël zulk een groote rol spelen, er niet enkel een
letterlijke, maar ook een tweede, breedere vervulling bedoeld was.
Zoo zouden bijvoorbeeld de voorzeggingen
aangaande den val van Babylon enz. ons boven mate overdreven toeschijnen,
indien wij niet een zinnebeeldig en tegenzinnebeeldig, zoowel als een
letterlijk Babylon erkennen.
Het Boek der Openbaringen bevat voorzeggingen
die opgeschreven zijn lang nadat het letterlijke Babylon inpuin lag, en
die dus niet anders dan zinnebeeldig op Babylon toegepast kunnen
worden; en zoo toont ook de groote gelijkluidendheid der profetische
woorden, die onloochenbaar [369] tot het letterlijke Babylon gericht
waren, dat dezelve in bijzonderen zin het zinnebeeldige Babylon
aangingen.
Bij deze breedere vervulling stelt Egypte de
wereld, Babylon de nominale Kerk, het zoogenaamde Christendom voor;
terwijl gelijk wij reeds toonen, Israël dikwijls de geheele wereld in haar gerechtvaardigden
toestand, zooals die eenmaal zijn zal, voorstelde, –
haar heerlijk Koninklijk Priesterdom, haar heilige Leviten, haar
geloovig en aanbiddend volk,
gerechtvaardigd door het offer der Verzoening, en gebracht in een
toestand van verzoening met God.
De zegeningen zijn aan Israël beloofd, de plagen aan Egypte, en aan prachtig
Babylon, een wondervolle, volkomene, en eeuwigdurende omverwerping als
"eenen grooten molensteen in de zee geworpen" (Openb. XVIII:
21) om nooit weer te worden gevonden, maar in eeuwige verachting te
worden gehouden. |
|

Egypt = World
To receive plagues |

Babylon = Nominal Church
To be overthrown and destroyed
|

Israel = Justified World
To receive blessings of reconciliation with God
|
|
|

"Behold,
the hire
of the laborers
who have reaped down your fields,
which is of you
kept back
by fraud,
crieth;
"And
the cries
of them
which
have reaped
are entered
unto the ears
of the Lord
of Sabaöth."
James 5:4 |
|
De Apostel Jakobus wijst dezen dag der
benauwdheid aan, en spreekt er van als zijnde het gevolg van verschillen tusschen
kapitaal en arbeid. Hij zegt:
"Wel aan nu, gij rijken! weent en huilt over
uwe ellendigheden die over u komen.
"Uw rijkdom is verrot
(heeft zijne
waarde verloren) en uwe kleederen zijn van de motten gegeten
geworden;
uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot eene
getuigenis, en zal uw vleesch als een vuur verteren; gij hebt schatten
vergaderd in de laatste dagen.
"Ziet het loon der werklieden, die uwe
landen gemaaid hebben, welke van u verkort is (door uw woekeren),
roept; en het geschrei dergenen die geoogst hebben, is gekomen tot in
de ooren van den Heere Sabaöth."
(Jak.
V: 1-4.)
Hij voegt er bij, dat de in benauwdheid komende
klasse, gewend is geweest aan weelde, voornamenlijk verkregen ten
koste van anderen, onder wien er enkele rechtvaardigen waren, die ten
doode toe verdrukt worden, opdat zij niet wederstonden. De "broeders"
[370] worden door den Apostel gedrongen en vermaand om langmoedig te
zijn, welk deel hun ook beschoren zij, om vooruit te zien en van den
Herre de verlossing te verwachten.
Dezen zelfden staat van zaken kan men nu zien
aankomen, en in de wereld, onder degenen die ontwaakt zijn, versmelt het
hart van vrees en verwachting der dingen die over de aarde komen zullen.
Iedereen weet, dat het voortgaande drijven van
onzen tijd zich uitstrekt tot lager loon voor arbeid, behalve daar,
waar de prijzen kunstmatig opgehouden of verhoogd
arbeidsvereenigingen, werkstakingen, enz.; en aan de tegenwoordige
stemming der massa's, kan iedereen zien, dat het slechts een kwestie
van tijd is, wanneer het hoogtepunt van verdragen zal zijn bereikt, en
een omwenteling daarvan het gevolg zal zijn.
|
|

1930 Bread Line NYC
|

1931 4 Million Jobless
|

1933 Soup Line
|
|
|
"They
shall cast
their silver
in the streets,
and their gold
shall be
removed;
"Their
silver
and their gold
shall not be able
to deliver them
in the day
of the wrath
of the LORD..."
Ezekiel 7:19 |
|
Dit zal het kapitaal beangstigen; men zal het
geld aan de kanalen van handel en nijverheid onttrekken, het in kelders
en banken bewaren om zich zelven op te eten aan kosten van bewaring en
bescherming; en nutteloos zal het bewaard worden, tot groote ergernis
der bezitters.
Dit zal natuurlijk wederom bankroet, financieele
paniek, en het stop zetten van zaken veroorzaken, want alle zaken worden
tegenwoordig grootendeels op crediet gedreven.
Het natuurlijke gevolg van dit alles zal zijn,
dat tienduizenden die om hun dagelijksch brood afhankelijk zijn van
hun loon, zonder werk zullen zijn, en de wereld zullen doorgaan als
landloopers en menschen wier behoeften met alle wetten den spot drijven.
Dan zal het zijn zooals de profeet beschrijft (Ez.
VII: 10-19), dat de kooper niet blijde zij, en de verkooper geen rouw
bedrijve, want benauwdheid zal over de menschheid zijn, en er zal geen
zekerheid van bezit wezen.
Dan zullen alle handen zwak zijn, en onmachtig de
benauwdheid te keeren. Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en
hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun [371] zilver . |
|

Destruction of
Jerusalem - 70 A.D.
A picture of trouble
upon Christendom
|
Men moet niet vergeten, dat hoewel de laatste
veertig jaren van Israëls volksbestaan een dag der benauwdheid was, een
"dag der wrake" over dat volk, eindigende in hun algeheele
onverwerping als volk, toch hun dag der wrake slechts een schaduw of vóórbeeld was van een nog grootere, en meer uitgebreide
benauwdheid over het Naam Christendom, gelijk als de vroegere
geschiedenis van hun volk gedurende het tijdperk hunner gunst, het
zinnebeeld
was van het Evangelisch tijdperk, gelijk wij hierna duidelijk zullen
aantoonen.
Iedereen zal dan zien waarom deze profetieën betreffende den Dag des Heeren meer of minder
rechtstreeks tot Israël en Jeruzalem worden gericht, en dat ook moeten,
hoewel het verband duidelijk aanwijst, dat het geheele menschdom in de
volkomene vervulling begrepen is. |
|
The
trouble involves
all classes.

March 1917
Czar Nicholas II of Russia abdicates

November 1917
Bolshevik
Revolution




November 10, 1989
Berlin Wall,
symbol of Communist
oppression,
comes down

December 25, 1989
Communist Dictator Nicolae Ceausescu executed
|
Neem een andere profetische getuigenis (Zef. I:
7-9, 14-18):
"De Heere heeft een slachtoffer bereid,
Hij heeft Zijne genooden geheiligd. (Vergelijk Openb. XIX: 17).
"En het zal geschieden in den dag van het
slachtoffer des Heeren, dat ik bezoeking zal doen over de vorsten,
en over de kinderen des Konings, en over allen die zich kleeden met
vreemde kleeding.
"Ook zal ik ten zelven dage bezoeking doen over
allen (plunderaars) die over den dorpel springen; die het huis hunner
heeren vervullen met geweld en bedrog."
(Dit toont aan dat er niet alleen een groote
omkeer van rjjkdom en macht zal zijn in dezen dag der benauwdheid, maar
dat zij die voor eenen tijd de werktuigen des hemels zijn zullen om de
tegenwoordige orde der dingen te verbreken, ook gestraft zullen worden
voor hun even onbillijk en onrechtvaardig gedrag; want de komende
benauwdheid zal alle klassen omvatten [372] en ellende over het geheele
menschdom brengen.)
"De
groote dag des Heeren is nabij; hij is nabij.”
Dichter en luider komt de stem van den Dag des Heeren. Dan
zullen de machtigen bitterlijk schreeuwen!
"Die dag is een dag der wrake, een dag der
benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en der verwoesting,
een dag der duisternis en der donkerheid, (onzekerheid en
voorgevoelens,
zoowel als tegenwoordige benauwdheid), een dag der wolk (moeite) en
der dikke donkerheid.
"Een dag der bazuin (de zevende
zinnebeeldige
bazuin, die gedurende dezen ganschen dag der benauwdheid klinkt –
ook wel de bazuin Gods genaamd, omdat zij verbonden is aan de
gebeurtenissen van den Dag des Heeren) en des geklanks tegen de
vaste steden en tegen de hooge hoeken (hoogdravende en tegenstrijdige
aankondigingen van sterke en welgevestigde regeeringen).
"En Ik zal de menschen bang maken, dat zij zullen
gaan als de blinden (in onzekerheid rondtastende, niet wetende
welken weg te vervolgen), omdat zij tegen Jehovah gezondig hebben. Hun
bloed zal vergoten worden als stof, en hun vleesch zal worden als drek.
"Noch hun zilver, noch hun goud, zal hen kunnen
redden ten dage der verbolgenheid des Heeren; (hoewel geld vroeger
weelde en gemak bezorgen kon) maar door het vuur zijns ijvers
zal dit gansche land verteerd worden; want Hij zal een voleinding
maken, gewisselijk eene haastige, met al de inwoners (de rijken)
dezes lands."
Deze verwoesting zal velen der rijken verderven
in den zin, dat zij zullen ophouden rijk te zijn, terwijl het zonder
twijfel uit iedere klasse aan vele menschen het leven zal kosten.
Wij zullen het niet ondernemen, de profeten in
alle bijzonderheden te volgen, als zij van uit verschillende standpunten, den dag der benauwdheid [373] beschouwen; doch zullen
kortelijk de laatst geuitte gedachte van bovengenaamden profeet volgen,
namelijk het verteeren der gansche aarde door het vuur van
Gods ijver.
Deze profeet spreekt alweder van het zelfde vuur,
enz. (Zef. III:8, 9), als hij zegt: |
|
"For
then will I turn to the people
a pure language,
that they may
all call upon the name of the LORD,
to serve him with one consent."
Zephaniah 3:9 |

The fire
of God’s zeal
is symbolic,
not a literal fire.
|
"Daarom verwacht Mij, spreekt de Heere, ten
dage als Ik mij opmake tot den roof: want mijn oordeel is, de Heidenen
(volken) te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, van over hen
(de koninkrijken) mijne gramschap, de gansche hittigheid mijns
toorns uit te storten."
(Het zich vereenigen van de volksmassa's van
alle natiën tot een gemeenschappelijk belang tegenover de
huidige regeeringen wordt hoe langer hoe sterker; en het gevolg zal
zijn, dat de koninkrijken zich veiligheidshalve vereenigen zullen,
zoodat de benauwdheid over alle koninkrijken komen zal, en allen zullen
vallen.)
"Want dit gansche land zal door het vuur van
mijnen ijver verteerd worden. Gewisselijk (dan, na deze
verwoesting der koninkrijken, na deze verwoesting der huidige
maatschappelijke orde in het vuur der benauwdheid), dan zal Ik tot de
volken eene reine spraak wenden; (het zuivere Woord –
onbesmet door
menschelijke overleveringen) opdat zij allen den naam des Heeren
aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder."
Dit vuur van Gods ijver is een symbool, en een
zeer beteekenisvol symbool, daar het den hoogen graad voorstelt van de
benauwdheid en de verwoesting die de geheele aarde zal omvatten. Dat
het niet, zooals sommigen meenen, een letterlijk vuur is, is duidelijk
uit het feit dat het volk daarna bestaan blijft, en gezegend
wordt..
Dat de menschen die nog overblijven, geen
heiligen zijn, zooals sommigen aannemen, blijkt uit het feit dat zij
gewend (gekeerd) worden om den Heer te dienen, [374] terwijl de heiligen
reeds gewend (bekeerd) zijn.* |
|
Other
symbols
in Scripture. |
|
*Wij zeggen dit hier even als tegenstelling van
hetgeen sommigen meenen, als zoude namenlijk het vuur een
letterlijk
vuur zijn, en de aarde letterlijk versmelten, enz.
Om dit hun
inzicht pasklaar te maken, zeggen zij dat "de volken"
hier genoemd, de heiligen zijn, die, nadat de aarde versmolten
en weer afgekoeld is, tot de aarde terug zullen keeren,
huizen bouwen en bewonen, wijngaarden planten, en de vrucht
daarvan eten, en lang van het werk hunner handen genieten
zullen.
Zij beschouwen de tegenwoordige weinige jaren als
opleiding en voorbereiding tot de erfenis, en vergeten dat dit
volkomen verloren zou gaan in de lucht ondervindingen
der duizend of meer jaren die men zoude moeten wachten terwijl
de aarde afkoelde –
volgens hun theorie.
Dit is een ernstige dwaling, en een gevolg van een te
letterlijke opvatting der symbolen, en duistere gezegden van
onzen Heer, en der apostelen en profeten. Zoo zeggen zij ook,
dat er geen bergen en zeeën,
na dit vuur zijn zullen, voorbijziende dat al deze dingen
symbolen zijn evenals het vuur.
|
|
|

Mountains = Kingdoms
|
Het woord "aarde," symbolisch in de
Schriften gebruikt, beteekent geordende maatschappij; "bergen"
stellen koninkrijken voor; de "hemelen" de machten der
geestelijke heerschappij; "zeeën,"
de rustelooze, veelbewogene, ontevredene massa's des volks.
"Vuur"
stelt de vernietiging voor, van alles, wat verbrand wordt, stoppelen,
onkruid, aardsche sociale organisatie, of wat dies meer zij. En als er
sulfer aan het vuur wordt toegevoegd in het symbool, dan wordt de
gedachte aan vernietiging versterkt; want niets is doodelijker aan alle
vormen des levens dan de walmen van sulfer.
|
|
|

Heavens
=
Spiritual Powers |

Earth
= Society |

Seas
= Restless
Masses of People |

Fire
= Destruction
Brimstone = ly Destruction
|
|
|
Peter’s
symbolic
prophecy

|
Als wij ons tot den Apostel Petrus wenden, met
deze gedachte, dan stemt zijne symbolische profetie van den Dag der
Wrake geheel overeen met de bovengenoemde getuigenis der profeten. Hij
zegt:
"De wereld die toen was, met het water
van den zondvloed bedekt zijnde, is vergaan. (Niet de
letterlijke aarde, en de letterlijke hemelen hielden hier op te
bestaan, doch deze bedeeling of orde der dingen bestaande vóór den zondvloed, ging voorbij.)
Maar [375] de hemelen en de aarde die nu zijn (de tegenwoordige
bedeeling) zijn door hetzelfde woord (der goddelijke macht) als een
schat weggelegd, en worden ten vure bewaard."
Het feit dat het water letterlijk was, doet
sommige menschen meenen dat ook het vuur een letterlijk vuur zal zijn,
maar dit is daarom volstrekt niet het geval.
De tempel van God was eens van letterlijke, echte
steenen, maar dit neemt het feit niet weg, dat de Kerk (de Gemeente),
welke de ware tempel is, opgebouwd wordt tot een geestelijk gebouw, een
heilige tempel niet van aardsch materiaal.
Noach's ark was ook
letterlijk, doch zij schaduwde Christus af, en de kracht die in hem was,
waardoor, de maatschappij vernieuwd en geordend zal worden. |
|
"World
That Was" =
Social Order
before the Flood |
Temple of God
=
True Church |
Noah's Ark
=
Christ |
Present Heavens
and Earth
=
Present Ecclesiastical and Social Order |
|

|

|

|

|
|
|
The
symbolic
heavens
and earth
will pass away
in the great trouble.
|
"Nevertheless
we,
according
to his promise, look for
new heavens
and
a new earth, wherein
dwelleth
righteousness."
II Peter 3:13 |

"...the earth
abideth
for ever."
Ecclesiastes 1:4

Apostle Peter

Apostle John

Apostle Paul
The
Prophet Malachi’s symbols

|
"De Dag des Heeren zal komen als een dief in
den nacht (ongemerkt), in welken de hemelen (de tegenwoordige
geweldhebbers der lucht, wier aanvoerder en vorst de Satan is) met
een geweldig gedruisch zullen voorbijgaan, en de elementen branden
zullen en vergaan, en de aarde, (maatschappelijke ordening) en de
werken die daarin zijn (hoogmoed, stand, aristocratie, koningschap)
zullen verbranden.
"De hemelen door vuur ontstoken
zijnde, zullen
vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten. Maar wij
verwachten naar zijne beloften nieuwe hemelen (de nieuwe geestelijke
macht –
Christus' Koninkrijk),
en eene nieuwe aarde" (aardsche maatschappij georganiseerd op
een nieuwen grondslag –
op den grondslag van liefde en
rechtvaardigheid in de plaats van macht en onderdrukking.) – 2
Petr.
III: 6, 7, 10-13
Men bedenke dat sommige Apostelen ook profeten
waren –
vooral Petrus, Johannes en Paulus. En terwijl zij als apostelen,
om zoo te zeggen, Gods mondstukken waren om de uitspraken van vroegere
profeten, ten behoeve der Kerk te verklaren, werden zij ook als
profeten, door God gebruikt
[376] om de toekomende dingen te voorzeggen, welke als
de tijd hunner vervulling daar is, voedsel ter bestemder tijd wordt voor
de huishouding des geloofs; om welk voedsel uit te deelen, God op Zijnen
eigenen tijd geschikte dienaars en uitleggers verwekt. (Zie wat onze
Heer daarvan zegt, in Matth. XXIV: 45, 46.).
Als profeten werden de apostelen gedreven, om
dingen te schrijven, waarvoor de bestemde tijd nog niet gekomen was,
en die zij zelve niet dan gedeeltelijk begrepen; gelijk het was met de
profeten van het Oude Testament. (l Petr. I: 12, 13) wier woorden even
als die der apostelen bijzonder geleid en bestuurd werden, zoodat zij
een diepe beteekenis hadden waarvan degenen die ze uitspraken geen
vermoeden hadden.
Zoo wordt de Kerk eigenlijk dus altijd geleid en door
God zelve gevoed, zonder dat het er op aan komt door wien of op welke
wijze het geschiedt. Die dit beseft zal een steeds grooter vertrouwen in
Gods Woord krijgen, niettegenstaande de onvolmaaktheden der
mondstukken.
De profeet Mal. (IV: 1) spreekt van dezen Dag des
Heeren met het zelfde zinnebeeld. Hij zegt:
"die dag komt brandende
als een oven; dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet,
een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten. . . . die hun noch wortel
noch tak laten zal.
"Hoogmoed, en elke andere oorzaak waaruit trotschheid
en verdrukking op nieuw zouden kunnen ontspringen, zullen geheel
verteerd worden in de groote benauwdheid van den Dag des Heeren, en door
de daarop volgende tuchtigingen van de Duizendjarige eeuwwaarvan de
laatste beschreven wordt in Openb. XX: 9.
|
|
Haughtiness
and oppression
will be entirely consumed. |
Maar terwijl hoogmoed (in al zijne vormen zondig
en verachtelijk) geheel ontworteld zal worden, en al de hoogmoedigen en
goddeloozen geheel vernietigd zullen worden, volgt daaruit niet dat er
[377] .
De zelfde profeet geeft een andere beschrijving
van dezen dag (Mal. III: 1-3) waarin hij alweder onder het zinnebeeld
van vuur toont hoe Gods kinderen gereinigd, en gezegend, en nader tot
hem gebracht zullen worden, door dat de stoppelen der dwaling
vernietigd zullen worden:
|
|

|
"De Engel des verbonds, aan denwelken gij
lust hebt, ziet hij komt, zegt de Heere der heirscharen. Maar wie zal
den dag zijner toekomst verdragen? en wie zal bestaan (de verzoeking)
als hij verschijnt?
"Want hij zal zijn als het vuur van eenen goudsmid . . .
en hij zal zitten,
louterende, en het zilver reinigende, en hij zal de kinderen van Levi
(het zinnebeeld der geloovigen, van wie de voornaamsten het Koninklijk
Priesterdom zijn) reinigen, en hij zal ze doorlouteren als goud en als
zilver, dan zullen zij den Heere spijsoffer toebrengen in
gerechtigheid."
|
|
Symbolic
fire
will utterly destroy every error.
Gold,
Silver and Precious Gems symbolize Divine Truths and Corresponding
Character







|
Paulus spreekt van dit zelfde vuur, en van dit
loutering-sproces in den Dag des Heeren, (1 Cor. III: 12-15) en dat wel
op eene wijze, dat het boven alle twijfel verheven blijft, dat het
zinnebeeldig vuur elke dwaling vernietigen zal, en zoodoende het geloof
zal louteren. Na verklaard te hebben, dat hij alleen spreekt van hen die
hun geloof gebouwd hebben op het eenig erkend fondament, het volbrachte
verzoeningswerk van Christus Jezus, gaat hij voort:
"En indien iemand op dit fondament
(karakter)
bouwt, goud, zilver, kostelijke steenen, [378] (goddelijke waarheden, en daarmede
overeenstemmend karakter, of) hout, hooi, stoppelen (overgeleverde
dwalingen, en
daarmede overeenstemmende, onzekere karakters); eens iegelijks werk
zal openbaar worden; want de Dag zal het verklaren, dewijl
het door vuur ontdekt wordt, en hoedanig eens iegelijks werk is (2
Petr. I: 5-11) zal het vuur beproeven."
Zeker zal toch de meest bevooroordeelde toegeven, dat het vuur hetwelk een geestelijk werk beproefd, geen
letterlijk vuur is; vuur is een treffend zinnebeeld om de volkomene
vernietiging voor te stellen, van hetgeen hier als hout, hooi en
stoppelen wordt voorgesteld.
Dit vuur zal niet bij machte zijn om het geloofen karaktergebouw te vernietigen dat opgebouwd is met het goud,
het zilver, en de edelgesteenten van goddelijke waarheid, en dat
gegrond is op de rots van het verzoeningsoffer van Christus. De
Apostel toont dit aan, zeggende:
"Zoo iemands werk blijft, dat hij daarop (op
Christus) gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. (Zijn loon zal in
evenredigheid zijn aan zijn getrouwheid in het bouwen, gebruik makende
van de waarheid in het ontwikkelen van waar karakter –
aandoende de geheele wapenrusting Gods.)
"Zoo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade
lijden (verlies van loon om zijne ontrouw), maar zelf zal hij behouden
worden als door vuur" – verzengd, verschroeid, en verschrikt. Allen
die op den rotsgrond van Christus' verzoening bouwen, zijn verzekerd;
niemand die er op vertrouwt gedekt te zijn door zijne (Christus)
gerechtigheid zal beschaamd uitkomen. Doch zij die vrijwillig hen en
zijn werk verwerpen, nadat zij tot een volle klare kennis daarvan
gekomen zijn, loopen gevaar in den tweeden dood te komen –
Hebr. VI: 4-8; X:26-31.
|
|
A
storm
symbolizes
the trouble
of the Day
of the Lord.

  
|
Op nog andere wijze wordt deze benauwdheid van
den Dag des Heeren zinnebeeldig beschrefven: [379] De Apostel toont (Hebr. XII: 26-29) dat de
plechtige invoering van het Wetsverbond op Sinaï, zinnebeeldig was van
het invoeren des Nieuwen Verbonds in de wereld, aan het begin der
Duizendjarige eeuw of het Koninkrijk van Christus.
Hij zegt dat in het zinnebeeld Gods de
letterlijke aarde schudde, maar nu heeft hij beloofd, zeggende,
"Nog eenmaal (ten laatste) zal Ik bewegen
niet alleen de aarde, maar ook den hemel." De Apostel verklaart
aangaande dit, zeggende:
"En dit woord, nog eenmaal, wijst aan de
verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren (valsch,
opgemaakt, niet het ware), opdat blijven zouden, de dingen die niet
bewegelijk zijn (ware, rechtvaardige dingen alleen).
"Daarom, alzoo wij een
onbewegelijk koninkrijk
ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door welke wij
welbehagelijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. Want
(er staat geschreven) onze God is een verterend vuur."
Dus zien wij dat deze apostel een storm gebruikt
tot zinnebeeld van de benauwdheid van den Dag des Heeren, terwijl hij en
anderen, elders van die benauwdheid spreken onder het zinnebeeld van
vuur.
De zelfde gebeurtenissen worden hier genoemd, die beschreven
worden onder het zinnebeeld van vuur, namenlijk het wegvagen van alles
wat valsch is, beide bij geloovigen en van de wereld –
dwalingen
aangaande Gods plan, en karakter en Woord, en ook dwalingen aangaande
maatschappelijke zaken in de wereld.
Het zal inderdaad een weldaad
zijn, van al dit "gemaakte" vrij te komen, waartoe de mensch
toch eigenlijk voornamenlijk door zijn ontaarden toestand geraakte,
zoowel als door de bedriegelijke slimheid van Satan, de listige vijand
van alle gerechtigheid. Doch het zal tenkoste van veel zijn, voor
allen die er in betrokken zijn, dat zij weggevaagd zullen worden.
Het
zal een vreeselijk heet vuur, een schrikkelijke storm, [380] een donkere nacht van benauwdheid zijn, die den
heerlijken glans van dat Koninkrijk der gerechtigheid zal voorgaan,
dat Koninkrijk dat nimmer bewogen kan worden, die Duizendjarige dag,
waarin de Zon der Gerechtigheid met macht en pracht zal schijnen, en de
kranke en stervende maar wedergekochte wereld genezen zal. Vergelijk
Mal. IV: 2 en Matth. XIII: 43.
|
A
dark night
of trouble
will precede the glorious brightness of the kingdom
of righteousness.
The
Psalmist David vividly describes this Day
of Trouble.
|
David, de profeet door wien het God beliefde veel
aangaande de eerste komst van onzen Heer te voorzeggen, geeft eenige
levendige beschrijvingen van deze Dag der benauwdheid die zijne
heerlijke regeering zal inleiden, en hij gebruikt deze verschillende
zinnebeelden –
vuur, storm en duisternis –
een en andermaal in zijne
beschrijvingen. Zoo zegt hij onder anderen (Ps. L: 3):
“Onze God zal
komen en niet zwijgen; een vuur
voor zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen."
In Ps. XCVII: 2-6: "Rondom Hem zijn wolken en donkerheid,
gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons. Een vuur
gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijne wederpartijen
rondom aan brand. Zijne bliksemen verlichten de wereld, het aardrijk
ziet ze en het beeft. De bergen smelten als was voor het aanschijn des
Heeren, voor het aanschijn des Heeren der gansche aarde. De (nieuwe)
hemelen verkondigen (dan) zijne gerechtigheid, en alle volken zien
zijne eer."
Psalm XLVI:
7 : "De Heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij
verhief Zijne stem, de aarde versmolt."
(Psalm
CX: 2-6) : "Heersch in het midden
uwer vijanden. . . De
Heere is aan uwe rechterhand, Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns
toorns. Hij zal recht doen onder de Heidenen; Hij zal het vol doode
lichamen maken. Hij zal verslaan dengene die het hoofd is over een
groot land."
En wederom (Psalm XLVI: 1-5): "God is ons
eene toevlucht; –
Daarom [381] zullen wij niet vreezen, al veranderde de aarde (maatschappij)
hare plaats, en al werden de bergen Koninkrijken verzet in het hart
der zeeën
(verslonden door de
onstuimige volksmassa's). Laat hare wateren bruisen, laat ze beroerd
worden (woedend), laat de bergen daveren door derzelver verheffing. .
. . God zal haar (de Bruid, het getrouwe kleine kuddeken) helpen in
het aanbreken van den morgenstond."
En in den zelfden psalm, verzen 6-10, wordt de
zelfde geschiedenis herhaald onder andere zinnebeelden:
"De Heidenen raasden, de koninkrijken
bewogen zich; Hij verhief zijne stem, de aarde (maatschappij) versmolt.
De Heere der heirscharen is met ons, de God van Jakob is ons
een hoog vertrek."
| |