Hoofdstuk 13

De Koninkrijken 

Dezer Wereld.

TIKingWorldImage.jpg (18867 bytes)

-De eerste regeering.
-Het verbeuren dezer regeering.
­Hare verlossing en herstelling.
-Het zinnebeeldige koninkrijk Gods.
-De onrechtmatige bezitter.
-Twee phasen of deelen der tegenwoordige heerschappij.
-De bestaande machten, door God gesteld.
-Nebukadnezars blik op hen.
-Daniels blik en uitlegging.
-De koninkrijken dezer wereld van uit een
 ander standpunt bezien. 
-De behoortijke verhouding van de kerk tot 
 de tegenwoordige regeeringen.
-Het goddelijk recht der koningen beknopt gezien.
-Aanspraken van het Christendom, valsch.
-Betere hoop, in uitzicht in het vijfde wereldrijk.

 

Adam4.jpg (2666 bytes)
Man was created in God's image.

Adam5.jpg (3692 bytes)
"Male and female created He them."

 

     In het eerste hoofdstuk van de goddelijke Openbaring, verklaart God Zijn doel aangaande de aardsche schepping en hare regeering:

"En God zeide, Laat ons menschen maken, naar ons beeld, naar onze gelijkenis; en dat zij heerschappij heb­ben over de visschen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de geheele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat over de aarde kruipt. 

"En God schiep den mensch naar Zijn beeld, naar het beeld van God schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij ze.

"En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de visschen der zee, en over het gevogelte des [290] hemels, en over al het gedierte dat op de aarde kruipt."

Adam6.jpg (3801 bytes)
Dominion of Earth was given to Adam.

     Aldus werd de heerschappij over de aarde geplaatst in de handen van het menschelijke geslacht, hetwelk vertegenwoordigd werd door den eersten mensch, Adam, die volmaakt was, en daarom geschikt om heer en meester of koning over de aarde te zijn.

     Deze opdracht om te vermenigvuldigen, te vervullen, en te onderwerpen was niet aan Adam alléén gegeven, maar aan het gansche menschelijke geslacht: "dat zij heerschappij hebben," enz. 

God did not give man dominion over his fellow-men.

 

Slavery.jpg (21090 bytes)
Slavery
is not God's design
for men.

    Ware het menschelijke geslacht volmaakt en zondeloos gebleven, deze heerschappij zoude nimmer uit zijne handen zijn gegaan. Het zij opgemerkt, dat in deze opdracht den mensch geen heerschappij of gezag over medemenschen is gegeven, maar aan het geheele geslacht is heerschappij gegeven over de aarde om haar te bebouwen, en hare voortbrengselen te gebruiken voor het algemeen welzijn. 

     Niet alleen haar plantaardige en haar delfstoffelijke rijkdom wordt den mensch in handen gegeven, maar ook al de verscheidenheden van het dierlijk leven zijn ten zijnen dienste. Ware het geslacht volmaakt gebleven, en in staat het oorspronkelijke doel van den Schepper uit te voeren, het zoude bij vermenigvuldiging van den mensch noodig geweest zijn te samen te beraadslagen hoe hun pogingen te regelen, ten einde tot een juiste en verstandige verdeeling der algemeene welvaart te komen. 

     En daar het in den loop der tijden, om de groote massa onmogelijk zoude zijn bij elkaar te komen om te beraadslagen, zoude het noodig geweest zijn dat verschillende klassen van menschen zich eenigen hunner verkozen om hen te vertegenwoordigen, hun gevoelens uit te brengen en voor hen te handelen. 

     En indien ieder mensch in elk opzicht volmaakt ware, God en Zijne wetten boven alles liefhad, [291] zijn naaste als zich zelven, er zouden in deze schikking geen moeielijkheden zijn.

God designed
a government
in which every man would be
a sovereign --
     Aldus bezien, was het oorspronkelijke doel van den Schepper voor de regeering der aarde, een Republiek in vorm, eene regeering waarin iedereen persoonlijk deel zoude hebben, waarin ieder mensch een vorst zijn zoude, in elk opzicht geschikt om de plichten van zijn ambt tot eigen en algemeen nut uit te voeren.
governed in harmony with the Supreme Ruler
of the universe, Whose law is love.

Love1.jpg (18614 bytes)
Love fulfills
God's law.

     Er was slechts ééne voorwaarde waarop deze heerschappij over de aarde, die den mensch gegeven was, zonder einde kon voortduren; en dat was, dat dit Godgegeven bestuur altijd zoude worden uitgeoefend in harmonie met den oppersten regeerder van het heelal, wiens ééne Wet, kortelijk gezegd, Liefde is.

"Liefde is de vervulling der Wet." 

"Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uwe ziel, en met geheel uw verstand; en gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven." Rom. XIII:10; Matth. XXII:37-40.

Adam’s disobedience forfeited his life
and dominion
over earth.

     Aangaande deze groote gunst, den mensch gegeven, zegt David, God lovende:

"Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, gij hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond. Gij doet hem heerschen over de werken uwer handen. (Ps. VIII:5, 6.)

     Deze heerschappij, den mensch in den persoon van Adam gegeven, was de eerste instelling van Gods Koninkrijk op aarde. De mensch oefende dus bestuur uit als Gods vertegenwoordiger. 

     Maar door des menschen ongehoorzaamheid aan den oppersten Regeerder, verbeurde hij niet alleen zijn leven, maar ook al zijne rechten en voorrechten als Gods vertegenwoordiger. Van toen af was hij een opstandeling, onttroond, en ter dood veroordeeld. 

     Spoedig daarna hield het Koninkrijk Gods op aarde, op te bestaan, en is niet weder hersteld, behalve voor korten tijd, op zinnebeeldige wijze, onder Israël.

      [292] Hoewel de mensch in Eden, het recht had ver­beurd om te leven en te besturen, werd geen van beiden hem onmiddelijk ontnomen; en zoolang het veroordeelde leven duurt, is het den mensch vergund heerschappij uit te oefenen op aarde, volgens Zijne eigene meening en vermogen, totdat Gods bestemde tijd daar zal zijn voor hem wiens recht het is, de heerschappij die hij kocht, over te nemen.

Our Lord’s death purchased man
and his dominion.

Jesus11Death.jpg (10555 bytes)

     De dood van onzen Heer verloste of kocht den mensch niet alleen, maar ook die oorspronkelijke erfenis, waaronder de heerschappij over de aarde begrepen is. Na die gekocht te hebben, is nu ook de titel de zijne: Hij is nu de rechtmatige erfgenaam, en binnen kort, ter bestemder tijd, zal Hij zijn erfgoed in bezit nemen. (Ef. I:14.) 

     Maar aangezien Hij den mensch niet kocht met het doel hem tot slaaf te houden, doch om hem tot zijn vroegeren toestand terug te brengen, zoo was het ook met het bestuur over de aarde; Hij kocht dat, en al des menschen oorspronkelijke zegeningen met het doel ze terug te geven, wanneer de mensch weder in staat gemaakt zal zijn het uit te oefenen in overeenstemming met Gods wil. 

     Van daar dat de regeering van den Messias geen eeuwigdurende zijn zal. Het zal voortgaan, totdat onder zijne ijzeren scepter, alle opstand en wederspannigheid zal zijn onderdrukt, en het gevallen geslacht tot de oorspronkelijke volmaaktheid wedergebracht zal zijn, en ten volle geschikt gemaakt, om de heerschappij over de aarde uit te oefenen, zooals oorspronkelijk bedoeld was geweest. 

     Aldus hersteld, zal het weder het Koninkrijk Gods op aarde zijn, met den mensch als Gods aangewezen vertegenwoordiger als bestuurder.

Israel was typical
of the promised
kingdom.

ThroneA.jpg (6634 bytes)

     Gedurende de Joodsche eeuw, richtte God het volk van Israël, als Zijn Koninkrijk in, onder Mozes en de Rigteren een soort republiek doch enkel zinnebeeldig. En de meer despotische regeering, [293] daarna onder David en Salomo ingesteld, was in sommige opzichten het zinnebeeld van het beloofde Koninkrijk, wanneer de Messias regeeren zoude. Verschillend van de hun omringende volken, had Israël Jehovah tot koning, en zijn bestuurders dien­den in naam onder Hem, zooals wij leeren uit Psalm LXXVIII:70, 71. 

     Dit wordt duidelijk uitgespro­ken in 2 Kron. XIII, vers 8, en 1 Kron. XXIX:23, waar wij lezen dat Israël het "Koninkrijk des Heeren" genoemd wordt, en waar het gezegd wordt, dat "Salomo zat op den troon des Heeren, als ko­ning in zijns vaders Davids plaats," die gedurende veertig jaren op dezen troon zat, en regeerde na Saul, de eerste koning.

The typical kingdom
of Israel
was overthrown...
     Toen het volk van Israël tegen den Heer zondigde, kastijdde Hij hen herhaaldelijk, totdat Hij eindelijk hun koninkrijk geheel weg nam. In de dagen van Zedekia, de laatste koning van het geslacht Davids, werd de scepter der koninklijke macht weg genomen.
until Christ,
the rightful heir,
claims it.

 

 

Since A.D. 70 Israel has been scattered
among all nations.

     Toen werd het zinnebeeldige Koninkrijk Gods omvergestooten. Gods besluit betreffende deze zaak wordt uitgesproken in de woorden:

"Gij, o onheilig goddeloos vorst van Israël! wiens dag komen zal, ten tijde der uiterste ongerechtigheid; 

"Alzoo zegt de Heere, Heere, Doe dien hoed weg, en hef die kroon af! deze zal dezelfde niet wezen,….. 

"Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome die daartoe recht heeft, Dien ik dat geven zal." (Ez. XXI:25-27.) 

     Ter vervulling dezer profetie kwam de koning van Babylon tegen Israël, nam het volk gevangen, en hun koning weg. 

     Hoewel naderhand tot een nationaal be­staan hersteld onder Cyrus de Meder, waren zij onderdanen van, en moesten belasting betalen aan de rijken van Medo-Perzië, Griekenland en Rome, totaan de eindelijke vernietiging hunner nationaliteit [294] in 70 A. D., sedert welken tijd zij onder de volken verstrooid zijn geweest.

     Het koninkrijk van Israël is het eenige koninkrijk sedert den val, dat door God aangezien is geworden als op eenigerlei wijze Zijn bestuur, wetten, enz., voorstellende. Verscheidene volken waren er vóór hen geweest, maar geen enkel volk kon met recht, op God als zijn grondvester aanspraak maken, of beweren dat zijn bestuurders Gods vertegenwoordigers waren. 

     Toen de hoed van Zedekia afgenomen was, en het koninkrijk van Israël omgestooten, was het besloten dat het omgekeerd blijven zoude, totdat Christus, de rechthebbende erfgenaam der wereld zoude komen om Zijne aanspraken te doen gelden. 

     Dientengevolge worden tot aan de wederherstelling van Gods Koninkrijk toe, alle andere koninkrijken die macht hebben, gekenmerkt als "koninkrijken dezer wereld," onder den "vorst dezer wereld," en van daar dat geen hunner aanspraak er op maken kan, tot Gods Koninkrijk te behooren.

    Ook werd dit Koninkrijk Gods niet weder "ontvangen" bij de eerste komst van Christus Luk. XIX:12.) Toen, en sedert dien tijd is God gaan verzamelen uit de wereld, diegenen die waardig zullen geacht worden, met Christus te regeeren als medeerfgenamen van dien troon. 

     Eerst bij zijn tweede komst zal Christus het koninkrijk, de macht, en de heerlijkheid nemen, en als Heer over allen regeeren.

TitusArch3.jpg (6838 bytes)
TitusArch5.jpg (8718 bytes)

TitusArch4.jpg (12732 bytes)

The Arch of Titus, Rome, Italy

The Arch of Titus, on which the Jewish menorah taken from the Temple in Jerusalem is depicted, commemorates Titus’ capture of Jerusalem in 70 A.D.

All other kingdoms are styled
the "Kingdoms
of this World."
     Buiten Israël worden alle andere koninkrijken in de Schriften heidensch genoemd, heidensche koninkrijken de "koninkrijken dezer wereld," onder den "vorst dezer wereld" Satan. 

     Door het wegnemen van Gods Koninkrijk in de dagen van Zedekia is de wereld gebleven zonder een enkel koninkrijk dat door God goedgekeurd kon worden, of over wiens wetten en zaken, Hij toezicht hield. 

     Indirekt heeft God de regeering der Heidenen echter [295] wel erkend, door openlijk Zijn besluit te verklaren (Luk. XXI:24), dat in den tijd tusschen de wegneming der kroon van Zedekia tot aan de overgave derzelve aan den Messias, de heerschappij over Jeruzalem en de wereld, door de regeeringen der Heidenen zoude uitgeoefend worden.

"...Jerusalem
shall be trodden down of the Gentiles until
the times of
the Gentiles be fulfilled."
Luke 21:24

 

Fallen man
has proven
his inability
to govern himself.

 

Holocaust.jpg (9417 bytes)

     Dit tusschentijdperk, tusschen het wegnemen van Gods scepter en bestuur, tot aan de herstelling daarvan in grooter macht en heerlijkheid in Christus, wordt door de Schriften "de tijden der heidenen" genoemd. 

     En deze "tijden" of jaren, gedurende welke de koninkrijken dezer wereld regeeren mogen, zijn vastgesteld en beperkt, en de tijd voor de wederherstelling van Gods Koninkrijk onder den Messias, is evenzoo vastgesteld en uitgebakend in de Schriften.

     Boos, als deze heidensche regeeringen geweest zijn, zij werden toch door God toegelaten, en "verordend," tot een wijs doel. (Rom. XIII:1.) Hun onvolmaaktheid en wanbeheer vormen een deel uit van de algemeen les over het vreeselijk zoridige van de zonde, en om de onmacht aan te toonen van den gevallen mensch, zich zelven tot zijne eigene bevrediging te regeeren. 

     God laat hen over het algemeen toe, hun eigene voornemens zoo goed als zij die kunnen uit te werken, hen overheerschende als Zijn eigen plan met het hunne in strijd komt. Hij wil dat eindelijk alles ten goede zal werken, en dat ten slotte de "toorn des menschen" Hem prijzen zal. Het overige, hetwelk geen goed doet, van geen nut is, of tot geen leering is, doet Hij weg. (Ps. LXXVI:11, Engelsche overzetting.)

Satan misrepresented God’s character
and blinded men
to the truth.

 

Persecution3.jpg (49721 bytes)

     Het onvermogen der menschen om een volmaakte regeering daar te stellen, is te wijten aan hunne eigene zwakheden in den gevallenen en ontaarden toestand waarin zij zich bevinden. 

     Deze zwakheden die uit zich zelven de menschelijke pogingen tot volmaakt regeeren zouden dwarsboomen, heeft [295] Satan zich ook ten nutte gemaakt; hij die de eerste was om den mensch ontrouw te maken jegens zijnen Opperheer. 

     Satan heeft gedurig voordeel getrokken uit de zwakheden der menschen, heeft het goede kwaad doen schijnen, en het kwade goed, en hij heeft Gods karakter en plannen verkeerd voorgesteld, en de menschen verblind voor de waarheid. 

     Alzoo werkende in de harten van de kinderen der ongehoorzaamheid, heeft hij ze als gevangenen geleid naar zijnen wil, en zich zelf gemaakt tot wat de Heer en zijne apostelen hem noemen de vorst of overste dezer wereld. (Ef. II:2; Joh. XIV:30; XII:37.) 

     Hij is niet volgens recht de vorst dezer wereld, maar door aanmatiging, door bedrog  zijn beheerschen van den gevallen mensch. Het is, omdat hij een onrechtmatige bezitter is, dat hij eenmaal afgezet zal worden. 

     Was het naar waarheid, dat hij vorst van deze wereld heette, hij zoude niet alzoo worden behandeld.

When the Gentile Times expire,
Satan will be bound and overthrown.
     Op deze wijze is het duidelijk, dat de heerschappij der aarde, zooals die nu uitgeoefend wordt, een zichtbare, en een onzichtbare phase heeft. De onzichtbare is de geestelijke phase, de zichtbare, de menschelijke phase; dat wil zeggen, de zichtbare aardsche koninkrijken zijn tot op zekere hoogte onder de heerschappij van een geestelijken vorst Satan. 

     Juist omdat Satan zulke heerschappij bezat, kon hij het onzen Heer aanbieden, de zichtbare Opperheer te worden over de aarde onder zijne leiding. (Matth. IV:9.) 

     Als de tijden der Heidenen vervuld zullen zijn, zullen de beide phasen der tegenwoordige heerschappij eindigen. Satan zal gebonden worden, en de koninkrijken dezer wereld zullen omvergeworpen worden.

Poverty3.jpg (52106 bytes)      Het gevallene, verblinde, zuchtende schepsel heeft eeuwen lang zijn droevigen weg vervolgd, verslagen bij elken stap, zijn beste pogingen vruchteloos bevonden, toch altijd hopende dat de gouden eeuw [297] waar zijne wijsgeeren over droomden, op handen was. 

     Het weet niet dat een nog grooter verlossing, dan die waarop het hoopt, en om zucht, komen moet door den verachten Nazarener en diens volgelingen, die, als de zonen van God, weldra zullen geopenbaard worden in de kracht des koninkrijks om het te verlossen. Rom. VIII:22, 19. 

     Opdat echter Zijne kinderen niet in duisternis zijn zouden aangaande de toelating der tegenwoordige booze regeeringen, en het einddoel Gods, een betere in te stellen, als deze koninkrijken onder Zijn overheerschend bestuur het doel waartoe zij bestemd waren, zouden hebben uitgediend, heeft God ons, door Zijne profeten, verscheidene grootsche vergezichten op de "koninkrijken der wereld" gegeven, ons daarbij telkens tot onze bemoediging toonende, dat zij door de stichting van Zijn eigen rechtvaardig en eeuwig koninkrijk, onder den Messias, de Vorst des Vredes, omvergeworpen zullen worden.

God gave
the world empires permission to rule.
     Dat des menschen tegenwoordige poging om te heerschen geen zegevierende trotseering van Jehovah's wil en macht is, doch door Hem toegelaten wordt, is duidelijk uit Gods boodschap aan Nebukadnezer, waarbij God vergunning geeft aan de vier groote rijken van Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome, om te heerschen totdat de tijd voor Christus' koninkrijk daar zoude zijn. (Dan. II:37-43.)

     Dit toont ons waar deze vergunning tot regeeren eindigen zal.

Dan7PhotoDrama.jpg (14319 bytes)

 

     Waar wij nu deze profetische vergezichten gaan beschouwen, moeten wij bedenken dat zij beginnen met Babylon, ten tijde van de omverwerping van het Koninkrijk van Israël, het zinnebeeldige koninkrijk des Heeren.

     Tot de dingen die "tot onze leering te voren geschreven zijn," opdat wij die bevolen worden ons te onderwerpen aan de over ons gestelde machten, [298] opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop zouden hebben (Rom. XV:4; XIII:) behoort ook de droom van Nebukadnezar met de goddelijke uitlegging door den profeet. Dan. II:31-45.

   Daniël legt den droom uit, zeggende:

"Gij, o Koning, zaagt, en ziet er was een groot beeld, (dit beeld was treffelijk en deszelfs glans was uitnemend) staande tegen u over; en zijne gedaante was schrikkelijk. 

Het hoofd van dit beeld was van goed goud; zijne borst en zijne armen van zilver; zijne buik en zijne dijen van koper; zijne schenkelen van ijzer; zijne voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem. 

Dit zaagt gij, totdat er een steen afgehouwen werd zonder handen, die sloeg dat beeld aan zijne voeten van ijzer en leem, en vermaalde ze.

Toen werden te samen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorschvloeren des zomers, en de wind nam ze weg; en er werd geen plaats voor dezelve gevonden, maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot eenen grooten berg, alzoo dat hij de geheele aarde vervulde. 

Dit is de droom; zijne uitlegging nu zullen wij voor den koning zeggen.

Gij, o Koning! zijt een koning der koningen, want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven. 

(Hier, en hiermede werden de koninkrijken der Heidenen, de machten die er zijn, door God gesteld.) 

En overal waar menschenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des velds en de vogelen des hemels in uwe hand eleven, en Hij heeft u gesteld tot een heerscher over al dezelve; gij zijt dat gouden hoofd. 

"En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe, (zilver) daarna een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heerschen zal over de ge­heele aarde. 

En het vierde koninkrijk zal hard zijn gelijk ijzer; aangezien het ijzer alles vermaalt [299] en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzoo zal het vermalen en verbreken.

 

Dan2Image2.jpg (8616 bytes)

En dat gij gezien hebt de voeten en de teenen ten deele van pottebakkersleem, en ten deele van ijzer, dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem; 

En de teenen der voeten, ten deele ijzer, en ten deele leem, dat koninkrijk zal ten deele hard zijn, en ten deele broos."

  Nebukadnezar's Gezicht Der Aardsche Regeeringen.

Daniel7Image.jpg (6708 bytes)  
Gold Head = Babylon
Silver Arms
& Breast =
Medo-
Persia
Brass Belly
& Thighs =
Greece
Iron Legs = Rome
Stone = God's
Kingdom

 

     Hij die de geschiedenis bestudeert, kan  gemakkelijk onder de vele kleinere rijken der aarde die verrezen zijn, de vier, hierboven door Daniël beschrevenen vinden. 

    Zij worden de algemeene of wereldrijken genoemd, vooreerst Babylon, het gouden hoofd (vers 38); ten tweede Medo-Perzië, de overwinnaar van Babylon, de borst van zilver; ten derde, Griekenland, de overwinnaar van Medo-Perzië, de buik van koper; en ten vierde, Rome, het sterke rijk, de ijzeren schenkelen, en de met leem vermengde voeten. 

     Drie dezer rijken waren voorbij gegaan, en het vierde, het Romeinsche rijk had opperheerschappij ten tijde van de geboorte onzes Heeren, daar wij lezen: 

"Er ging een gebod uit van den Keizer Augustus, dat de geheele wereld zoude beschreven worden." (Luk. II:1.)

    Het ijzeren rijk, Rome, was verreweg het sterkste, en duurde langer dan deszelfs voorgangers. In waarheid bestaat het Romeinsche rijk nog gelijk het afgebeeld is in de natiën van Europa. Deze verdeeling wordt afgebeeld in de tien teenen van het beeld. 

     De bestanddeelen van leem en ijzer in de voeten stellen de vermenging van kerk en staat voor. Deze vermenging wordt in de Schriften Babylon, d.i., verwarring genoemd. 

     Gelijk wij straks zien zullen, is steen het zinnebeeld van het ware koninkrijk Gods, en Babylon heeft er eene nabootsing van steen, leem voor in de plaats [300] gesteld, die het vereenigd heeft met de overgeblevene stukken van het (ijzeren) Romeinsche rijk. 

     En dit vermengde stelsel Kerk en Staat de Nominale Kerk vermaagschapt aan de koninkrijken dezer wereld, vermeet zich Christendom te noemen het Koninkrijk van Christus. Daniël verklaart:

"En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menschelijk zaad vermengen (kerk en wereld vermengen Babylon) maar zij zullen zich de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt."

"Zij kunnen niet in elkander opgaan. Doch in de dagen van die koningen (de koninkrijken voorgesteld door de teenen, de zoogenaamde "Christelijke Koninkrijken" of "Christendom") zal de God des hemels een koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet verstoord zal worden, en dat koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgelaten: het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan" Dan. II:43, 44.

     Daniël noemt hier den tijd niet, waarop deze regeeringen der Heidenen zullen ophouden: dat vinden wij elders; doch elke voorzegde omstandigheid toont aan dat wij heden dicht bij dat einde zijn, tot aan de deur. Het pauselijk stelsel heeft er lang aanspraak op gemaakt het koninkrijk te zijn dat de God des hemels hier beloofde te zullen oprichten, en daarom, ter vervulling dezer profetie alle andere koninkrijken in stukken brak en verteerde. 

     De waarheid echter is, dat de Nominale Kerk zich eigenlijk vermengde met aardsche koninkrijken, gelijk het leem met het ijzer, en dat het Paus­dom nooit het ware Koninkrijk Gods, maar slechts eene nabootsing daarvan was. 

     Een der beste bewijzen dat het Pausdom deze aardsche koninkrijken niet vernietigde en verteerde, is, dat zij nog bestaan. En nu dat het modderig leem droog en [301] "broos" geworden is, verliest het zijn hechtende macht, en het ijzer en het leem vertoonen teekenen van ontbinding, en zullen spoedig verbrokkelen wanneer de "steen," het ware koninkrijk, hen treft.

   Zijne uitlegging voortzettende, zegt Daniël:

"Daarom hebt gij gezien, dat uit den berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde; de groote God heeft den koning bekend gemaakt, wat hierna geschieden zal: de droom nu is gewis, en zijne uitlegging is zeker" vers 45.

     De steen, zonder handen uit den berg afgeshouwen die de Machten der Heidenen slaat en verstrooit, stelt de Ware Kerk (de Gemeente) het Koninkrijk Gods voor. 

     Gedurende de Evangelische eeuw, wordt dit "steen" koninkrijk gevormd, "afgehouwen," gegraveerd, en eene gedaante gegeven, geheel klaar gemaakt voor zijn aanstaanden stand en grootheid niet door menschelijke handen, maar door de macht, of den geest der waarheid, de onzichtbare macht van Jehovah. Volkomen, en geheel gevormd, zal hij de koninkrijken dezer wereld slaan en vernietigen.

    Niet het volk, maar de regeeringen worden afgebeeld door het beeld, en deze worden vernietigd, opdat het volk verlost worde. Onze Heere Jezus kwam niet om de menschen te verderven, maar om ze te behouden. Luk. IX:56.

The stone cut out of a mountain represents the kingdom of God...
Dan2Stone.jpg (2402 bytes)
     Gedurende de voorbereiding van den steen, terwijl hij uitgehouwen wordt, zoude men hem, met het oog op zijn toekomstig lot, een ongeboren berg kunnen noemen; en zoo zoude men de Gemeente ook het Koninkrijk Gods kunnen noemen. 

     In de Schriften wordt zij ook dikwijls alzoo genoemd. In waarheid wordt de steen de berg niet, voordat hij het beeld geslagen heeft, en ook de Kerk (de Gemeente) zal pas in den vollen zin het Koninkrijk worden, en de geheele aarde vervullen, als de "Dag des Heeren," de "dag der wrake over de volken," [302] of de "tijd der benauwdheid" voorbij zal zijn, en alle machten, Hem, wien de heerlijkheid en het Koninkrijk toekomt, onderworpen zullen zijn.

    Herinner u nu de belofte van onzen Heer aan de overwinnaars in de Christelijke Kerk:

"Hem, die overwint, ik zal hem geven met mij te zitten in mijnen troon," "die overwint en mijne werken tot het einde toe bewaart, ik zal hem macht geven over de Heidenen; en hij zal ze hoeden met een ijzeren staf, zij zullen als pottebakkers vaten vermorzeld worden; gelijk ook ik van mijnen Vader ontvangen heb. (Openb. III:21; II:26, 27; en Psalm II:8-12.)

The hand
that smote the governments will heal the people.
     Als de ijzeren staf het werk der verwoesting zal hebben volbracht, dan zal de hand die sloeg, zich keeren om te genezen, en het volk zal zich tot den Heer bekeeren, en Hij zal hen genezen. (Jes. XIX:2; Jes. III:22, 23; Hos. VI:1; XIV:4; Jes. II:3; Jes. LXI:3) hun gevende sieraad voor asch, vreugde olie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor eenen benauwden geest.
Nebuchadnezzar’s dream represents the world’s viewpoint.

Daniëls Gezicht Der 
A
ardsche
Regeeringen.

     In Nebukadnezar's visioen zien wij, van het standpunt der wereld uit, de koninkrijken der aarde als vertoonende menschelijke grootheid, heerlijkheid, en macht; hoewel wij er ook eene aanduiding in vinden van ontbinding en eindelijke vernietiging, aangewezen door het vervallen van goud tot ijzer en leem.

 

 

 wpeF3.jpg (17687 bytes)
Emperor Diocletian (245-313 A.D.)

     De "steen" klasse, de ware Kerk, (de Gemeente) gedurende hare verzameling, of uithouwing uit den berg, is door de wereld als van geene waarde beschouwd geworden. Zij werd door de menschen veracht en verworpen. 

    Zij zien geen schoonheid in haar om haar te begeeren. De wereld bemint, prijst, bewondert en verdedigt de heerschende regeeringen, hoewel zij voortdurend door haar teleurgesteld [303] worden, bedrogen, verwond en onderdrukt. 

     De wereld verheft in proza en gedicht, de groote handelende figuren uit dit beeld, de Alexanders, de Caesars, de Bonapartes en anderen wier grootheid zich vertoonde in het slachten hunner medemenschen, en die in hun dorst naar macht millioenen weduwen en weezen maakten. 

     En dit is nog de geest die voortleeft in de "tien teenen" van het beeld, en die zichtbaar is in de opgestelde heirscharen van meer dan twaalf millioen menschen, gewapend met al de duivelsche uitvindingen der moderne wetenschap, om elkander te slachten op het bevel der "bestaande machten." 

       De hoogmoedigen worden nu gelukzalig geacht, ook die goddeloosheid doen, worden gebouwd. (Mal. III:15.) Kunnen wij dan niet zien dat het verwoesten van het beeld door den steen die hem sloeg, en het Koninkrijk Gods dat opgericht wordt, een vrijmaken van de onderdrukten, en een zegen voor allen zal zijn? 

    Hoewel dit voor een tijd ramp en moeite veroorzaken zal, eindelijk brengt het toch de vreedzame vruchten der gerechtigheid voort.

Daniel’s dream represents
God’s viewpoint.

 Daniël zegt:

 Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op uit de groote zee. 

En er klommen vier groote dieren op uit de zee, het eene van het ander verscheiden. 

Het eerste [304] was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; 

… Daarna ziet, het andere dier, het tweede was gelijk een beer…..en ziet er was een ander dier gelijk een luipaard….. 

Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk, en het had groote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijne voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die vóór hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen. Dan. VII:2-7.

     Doch laat ons nu, de verschillende standpunten en gedachten houdende, deze vier groote wereldrijken, van uit Gods standpunt en uit dat van hen, die in overeenstemming met Hem leven, bezien, gelijk het aan den geliefden profeet Daniël getoond werd.

    Even als ons deze rijken laag en dierlijk toeschijnen, zoo werden zij ook aan Daniël als vier groote hongerige wilde dieren vertoond. En dientengevolge was in zijn oog het komend Koninkrijk Gods (de steen) onuitsprekelijk veel grootscher dan in dat van Nebukadnezar.

wpeFF.jpg (13947 bytes)

Lion =
Babylon
Bear =
Medo-Persia
Leopard =
Greece
4th Beast =
Rome

    De bijzonderheden aangaande de drie eerste dieren, (Babylon, de leeuw, Medo-Perzië, de beer, en Griekenland, de luipaard) met hun hoofden, voeten, vleugelen, enz., die allen zinnebeeldig zijn, gaan wij voorbij als zijnde van minder belang, in ons tegenwoordig onderzoek, dan de bijzonderheden van het vierde dier, Rome.

    Van het vierde dier, Rome, zegt Daniël:

"Na dezen zag ik in de nachtgezichten, en ziet het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk,…..en het had tien hoornen. Ik nam acht op de hoornen, en ziet een andere kleine hoorn kwam op, tusschen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven, en ziet in dien zelven hoorn waren oogen als menschenoogen, en een mond groote dingen sprekende." (Dan. VII:7, 8.

  Dan7Dread.gif (6553 bytes)
The "Dreadful Beast"
 

The three horns of the Roman Empire

 

Dan7LittleHorn.gif (9630 bytes)
The "Little Horn"

     Hier wordt het Romeinsche rijk aangeduid, en de verdeeling zijner machten in de tien hoornen, een hoorn zijnde het symbool van macht. De kleine hoorn die daar tusschen opkomt, en zich de macht van drie der anderen toeëigent, en heerscht onder de rest, stelt het kleine begin, en de opklimmende macht van de kerk van Rome, de Pauselijke macht of hoorn voor. 

     Terwijl zij in invloed toenam, werden drie der verdeelingen, hoornen, of machten van het Romeinsche Rijk (de Heruli, het Oostersch Exarchaat, en de Ostrogothen) uit den weg geruimd, om plaats te maken voor haar, als een [305] burgerlijke macht of hoorn. Deze laatste zeer opvallende hoorn (Pausdom) is opmerkenswaard om hare oogen, verstand voorstellende, en om haar mond haar uitingen, aanspraken, enz.

Dan7Dread.jpg (2397 bytes)      Aan dit vierde dier, Rome voorstellende, geeft Daniël geen beschrijvenden naam. Terwijl de anderen beschreven worden, als gelijkende op een leeuw, een beer, en een luipaard, is dit vierde dier zoo schrikkelijk en gruwelijk, dat geen der dieren dezer aarde daarmede vergeleken konden worden. Johannes, de ontvanger der Openbaring, in een visioen dat zelfde symbolische dier (regeering) ziende, kon ook geen naam vinden om het te beschrijven, en geeft het ten laatste verscheidene namen. Onder anderen noemt hij het "de Duivel" (Openb. XII:9.) 

     Hij koos zeker een geschikten naam; want Rome, gezien in het licht harer bloedige vervolgingen, is zeker het meest duivelachtige van alle aardsche regeeringen geweest. Zelfs in de verandering die het onderging van Heidensch Rome, naar Pauselijk Rome, vertoonde het een van Satan's voornaamste eigenaardigheden; want hij ook verandert zich in een engel des lichts, (2 Cor. XI:14); gelijk Rome zich veranderde, komende uit het heidendom, en er aanspraak op makende Christelijk te zijn het Koninkrijk van Christus.*

 
*Het feit dat Rome "de Duivel" genoemd wordt, wederlegt volstrekt niet dat er een persoonlijke duivel is, eer het tegenovergestelde. Het is omdat er zulke dieren zijn, als leeuwen, beeren, en luipaarden met bekende eigenaardigheden, dat Koninkrijken bij hen vergeleken werden; en zoo is het omdat er een duivel is met bekende eigenaardigheden, dat bet vierde rijk bij hem vergeleken wordt.

The Beast and
the Little Horn
are gradually destroyed.
     Na eenige bijzonderheden gegeven te hebben, omtrent dit laatste of Romeinsche dier, en bepaal­delijk over zijnen bijzonderen of Pauselijken hoorn, verklaart de Profeet dat er een oordeel tegen dezen [306] hoorn zal gegeven worden, en dat het zijne heerschappij zoude beginnen te verliezen, en langzamerhand verteerd zoude zien, totdat het beest zelve vernietigd zoude worden.
The Beast
will be slain
by the rising
of the masses
in the Day
of the Lord.

wpe6F7.jpg (2879 bytes)

     Dit beest, of Romeinsche Rijk, bestaat nu nog in zijne hoornen of verdeelingen, en zal verslagen worden, als de massa des volks opstaat, en de regeeringen omvergeworpen worden in den "Dag des Heeren," als de erkenning van het hemelsch bestuur voorbereid wordt. 

     Dit wordt duidelijk aangetoond door andere Schriftuurplaatsen, die wij nog onderzoeken zullen. Maar het verteeren van den Pauselijken hoorn komt eerst. Zijne macht en invloed begon te verteeren toen Napoleon den Paus gevangen medenam naar Frankrijk. Want daarmede werd het aan de volken duidelijk dat de goddelijke macht en kracht die het Pausdom zich aanmatigde zonder grond was, daar men ook zag, dat noch vervloekingen, noch gebeden, de Pausen uit Bonaparte's hand kon